Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 april 2018 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., te [vestigingsplaats] , eiseres
[naam werknemer], te [woonplaats] , gemachtigde: mr. J.H.F. Overkleeft.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
Werknemer is sinds 2004 in dienst bij eiseres en viel in januari 2015 uit met lichamelijke en psychische klachten. Naar aanleiding van een WIA-aanvraag beoordeelde het UWV de re-integratie-inspanningen van eiseres en legde een loonsanctie op wegens onvoldoende inspanningen.
Eiseres voerde aan dat de bedrijfsarts volgens richtlijnen heeft gehandeld en dat de beoordeling van het UWV te rigide was. Verweerder stelde dat werknemer leed aan een aanpassingsstoornis met vermoeidheidsklachten en somatoforme stoornis. Werknemer gaf aan dat de hoge werkdruk de oorzaak was.
De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht het resultaat van de re-integratie als onvoldoende beoordeelde en dat eiseres onvoldoende inspanningen had verricht, onder meer door het ontbreken van adequaat onderzoek naar mogelijkheden binnen het eigen bedrijf en het niet adequaat inzetten van spoor 2. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiseres werd veroordeeld in de proceskosten van werknemer.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de loonsanctie wordt ongegrond verklaard en zij wordt veroordeeld in de proceskosten van werknemer.