ECLI:NL:RBNHO:2018:4544

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
25 april 2018
Publicatiedatum
31 mei 2018
Zaaknummer
6178570 CV EXPL 17-6576
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 lid 1 sub c Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 26 Brussel I bis-Verordening (nr. 1215/2012)Art. 1:253k BWArt. 1:349 lid 1 BW
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Passagiers niet gecompenseerd wegens medische instapweigering en gemiste aansluitende vlucht

De passagiers vorderden compensatie van Etihad Airways wegens een vertraging van meer dan vier uur op hun eindbestemming Mumbai, veroorzaakt doordat zij hun aansluitende vlucht misten. De vertraging op de eerste vlucht van Amsterdam naar Abu Dhabi was ruim drie uur.

Echter, de passagiers waren om medische redenen, op advies van een medische dienst, geweigerd aan boord van de eerste vlucht. Hierdoor konden zij niet meevliegen en moesten zij later met een andere vlucht reizen. De rechtbank oordeelde dat de vertraging op de eindbestemming niet het gevolg was van de vertraging van de eerste vlucht, maar van de medische situatie.

De wettelijk vertegenwoordigers van het minderjarige kind werden niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging. De vordering werd afgewezen omdat de instapweigering op redelijke gronden was gebaseerd en de vertraging niet aan de luchtvaartmaatschappij kon worden toegerekend.

De passagiers werden veroordeeld in de proceskosten, inclusief een maximum van €75 aan nakosten, en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Vordering afgewezen wegens medische instapweigering en geen verband met vertraging eerste vlucht.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht
Sectie Kanton - locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 6178570 CV EXPL 17-6576
Uitspraakdatum: 25 april 2018
Vonnis in de zaak van:

1.[passagier 1]

2. [passagier 2]

en beiden in hun hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger voor hun minderjarig kind

3. [minderjarige]

allen wonende te [woonplaats]
eisers
verder te noemen: afzonderlijk respectievelijk [passagier 1] , [passagier 2] en [minderjarige] , gezamenlijk [passagier 1 c.s.]
gemachtigde: mr. H. Yildiz te Amsterdam
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
Etihad Airways PJSC
gevestigd te Abu Dhabi, Verenigde Arabische Emiraten, en kantoorhoudende te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer
gedaagde
verder te noemen: Etihad
gemachtigde: mr. J. Blussé van Oud-Alblas

1.Het procesverloop

[passagier 1 c.s.] heeft bij dagvaarding van 13 juni 2017 een vordering tegen Etihad ingesteld. Etihad heeft schriftelijk geantwoord. [passagier 1 c.s.] heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna Etihad een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2.De feiten

2.1.
[passagier 1 c.s.] zou op 3 en 4 juli 2015 met vlucht EY 78, uitgevoerd door Etihad, van Amsterdam via Abu Dhabi International Airport naar Chhatrapati Shivaji International Airport, Mumbai, vliegen met een geplande vertrektijd van 22.00 uur en een geplande aankomsttijd in Mumbai op 4 juli 2015 om 13.05 uur lokale tijd.
2.2.
[passagier 1 c.s.] is met een vertraging van meer dan vier uur aangekomen in Mumbai.
2.3.
Blijkens het disruption report van vlucht EY 78 was het vliegtuig, na het afladen van de bagage van een niet verschenen passagier, op 3 juli 2015 om 22.16 uur gereed voor vertrek (“clear to close doors”), maar heeft de bemanning op dat moment contact opgenomen met de door Etihad gebruikte medische adviesdienst Medlink in verband met de gezondheidstoestand van de kinderen van [passagier 1] en [passagier 2] .
2.4.
Op advies van Medlink (advise ref BMDC000655) is besloten om [passagier 1 c.s.] om medische redenen niet mee te nemen op vlucht EY 78 naar Abu Dhabi en is [passagier 1 c.s.] om 22.25 uur van boord gehaald. Om 23.20 uur is de bagage van [passagier 1 c.s.] van boord gehaald.
2.5.
Vlucht EY 78 is op 4 juli 2015 om 01.23 vertrokken en is met een vertraging van ruim drie uur aangekomen in Abu Dhabi.
2.6.
[passagier 1 c.s.] is, nadat de kinderen door een arts waren gecontroleerd en toestemming hadden gekregen om verder te vliegen, omgeboekt naar een andere vlucht naar Abu Dhabi op 4 en 5 juli 2015.

3.De vordering

3.1.
[passagier 1 c.s.] vordert dat de kantonrechter Etihad veroordeelt tot betaling van € 1.800,00, vermeerderd met buitengerechtelijke kosten, wettelijke rente en proceskosten.
3.2.
[passagier 1 c.s.] legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat zij met vlucht EY 78 naar Abu Dhabi zou vliegen en vandaar aansluitend met vlucht 9W 586 naar Mumbai. Omdat vlucht EY 78 met vertraging van meer dan drie uur in Abu Dhabi is aangekomen, heeft [passagier 1 c.s.] de aansluitende vlucht naar Mumbai gemist en is zij met een vertraging van meer dan vier uur in Mumbai gearriveerd. [passagier 1 c.s.] maakt aanspraak op compensatie van € 600,00 per passagier op grond van artikel 7 lid 1 sub c Verordening Pro (EG) nr. 261/2004.

4.Het verweer

4.1.
Etihad betwist de vordering. Zij voert aan – samengevat – dat het juist is dat vlucht EY 78 met vertraging in Abu Dhabi is gearriveerd, maar dat [passagier 1 c.s.] geen aanspraak kan maken op compensatie, omdat zij wegens buitengewone omstandigheden, die geen verband houden met de vertraging van vlucht EY 78, meer dan vier uur later op de plaats van bestemming is gearriveerd. De buitengewone omstandigheden zijn immers gelegen in het feit dat [passagier 1 c.s.] in verband met de medische toestand van de kinderen op advies van Medlink om veiligheidsredenen vóór vertrek van boord is gehaald en niet is meegegaan op vlucht EY 78. Het feit dat vlucht EY 78 met vertraging in Abu Dhabi is gearriveerd, is er daarom niet de oorzaak van dat [passagier 1 c.s.] de aansluitende vlucht naar Mumbai heeft gemist. De vertraging die [passagier 1 c.s.] heeft ondervonden is te wijten aan de medische toestand van de kinderen. Dit ligt in de risicosfeer van [passagier 1 c.s.] , althans is een omstandigheid die Etihad disculpeert.

5.De beoordeling

5.1.
Etihad is gevestigd in het buitenland. Het geschil heeft derhalve internationale aspecten, zodat allereerst moet worden onderzocht of de Nederlandse rechter bevoegd is van de vordering kennis te nemen. De kantonrechter stelt vast dat hij op grond van het bepaalde in artikel 26 van Pro de Brussel I bis-Verordening (nr. 1215/2012) bevoegd is om van de onderhavige vordering kennis te nemen, nu Etihad in de onderhavige procedure is verschenen en de bevoegdheid niet heeft betwist.
5.2.
Voor zover [passagier 1] en [passagier 2] in deze procedure als wettelijk vertegenwoordigers namens hun minderjarig kind [minderjarige] optreden, dienen zij te beschikken over een machtiging van de kantonrechter als bedoeld in artikel 1:253k in verbinding met artikel 1:349 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW). Nu deze machtiging ontbreekt, zal de kantonrechter [passagier 1] en [passagier 2] , voor zover zij optreden als wettelijk vertegenwoordigers van hun minderjarige kind, niet ontvankelijk verklaren.
5.3.
[passagier 1 c.s.] vordert vergoeding op grond van vertraging van vlucht EY 78, terwijl zij zelf niet aan boord van deze vlucht naar de eindbestemming is gevlogen. Wegens medische redenen was haar immers de toegang tot deze vlucht geweigerd. De vertraging van vlucht EY 78 was er daarom niet de oorzaak van dat [passagier 1 c.s.] de aansluitende vlucht naar Mumbai heeft gemist en met vertraging op de eindbestemming is aangekomen. [passagier 1 c.s.] heeft daarom geen aanspraak op compensatie wegens langdurige vertraging. Ook voor compensatie wegens instapweigering komt [passagier 1 c.s.] niet in aanmerking, nu de instapweigering is gebaseerd op een redelijke grond, te weten de medische toestand van de kinderen. Het verweer van Etihad slaagt derhalve.
5.4.
De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van [passagier 1 c.s.] zal afwijzen.
5.4.
De proceskosten komen voor rekening van [passagier 1 c.s.] , omdat zij ongelijk krijgt. Ook de gevorderde nakosten kunnen worden toegewezen (tot een maximum van € 75,00), voor zover deze kosten daadwerkelijk door Etihad worden gemaakt.

6.De beslissing

De kantonrechter:
6.1.
verklaart [passagier 1] en [passagier 2] in hun hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van hun minderjarige kind ( [minderjarige] ) niet-ontvankelijk in hun vordering;
6.2.
wijst de vordering van [passagier 1 c.s.] voor het overige af;
6.3.
veroordeelt [passagier 1 c.s.] in de proceskosten, die aan de kant van Etihad tot en met vandaag worden begroot op € 300,00 aan salaris gemachtigde en tot betaling van € 75,00 aan nakosten, voor zover daadwerkelijk nakosten door Etihad worden gemaakt, en verklaart dit vonnis in zoverre uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter