Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Vogels, te Zeist, verzoekster,
gedeputeerde staten van Noord-Holland, verweerder.
Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, te Heerhugowaard
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
De Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Vogels verzocht de rechtbank om een voorlopige voorziening te treffen tegen het besluit van gedeputeerde staten van Noord-Holland, waarin het verzoek om handhavend op te treden tegen werkzaamheden aan de Waddenzeedijk bij Wagejot te Texel werd afgewezen. Tevens werd het verzoek tot wijziging van een eerder verleende vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 en een ontheffing op grond van de Flora- en faunawet afgewezen.
De voorzieningenrechter stelde vast dat er een onherroepelijke vergunning en ontheffing liggen voor de werkzaamheden, waardoor de bewijslast rustte op verzoekster. Verzoekster kon niet aannemelijk maken dat handhaving gerechtvaardigd was of dat de vergunning en ontheffing gewijzigd moesten worden. De belangenafweging viel in het nadeel van verzoekster uit, waarbij het belang van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier bij voortzetting van de werkzaamheden zwaarder woog dan het belang van verzoekster bij onmiddellijke stillegging.
De voorzieningenrechter oordeelde dat een diepgravend inhoudelijk onderzoek naar mogelijke ernstige verstoring van broedende vogels niet aan de orde was in deze voorlopige voorziening. De stelling dat de locatie een rustige broedlocatie is, werd door verzoekster onvoldoende weersproken. Een mogelijke negatieve invloed op het broedsucces op langere termijn was hypothetisch en kon in deze procedure geen doorslaggevende rol spelen.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en kende geen proceskosten toe. Tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen handhavend optreden en wijziging van vergunningen werd afgewezen.