Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Standpunten van partijen met betrekking tot het bewijs
4.Oordeel van de rechtbank
iedereten laste gelegde ontuchtige gedraging.
5.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
6.Strafbaarheid van verdachte
Deze stoornis was aanwezig ten tijde van het ten laste gelegde en heeft verdachtes gedragskeuzes en gedragingen beïnvloed. Verdachte heeft volgens de deskundige in duidelijk onvoldoende mate inzicht in haar persoonlijkheidspathologie en in de wijze waarop ze, mede als gevolg van haar vroegere seksueel misbruik, in haar gedrag en emoties aangestuurd kan worden. Er is regelmatig sprake van zelfoverschatting, niet slechts daar waar het haar capaciteiten betreft, maar zeker ook daar waar het haar mogelijkheden tot het stellen van grenzen betreft. De zelfcontrole kan dan tekortschieten zonder dat betrokkene zich dat tijdig realiseert en vanuit haar zelfdefensieve houding kan ze zich ook gemakkelijk verzetten tegen extern geboden inzichten. De deskundige meent dat verdachte als gevolg van voornoemde problematiek in verminderde mate in staat is geweest tijdig op de optredende problemen te anticiperen, in onvoldoende mate in staat is geweest tijdig risico's te signaleren en tevens in onvoldoende mate over gedragsalternatieven heeft beschikt om de problematiek te pareren. Het advies van de psycholoog luidt daarom verdachte voor het bewezenverklaarde verminderd toerekeningsvatbaar te achten.
7.Motivering van de straffen
8.Beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) dagen.
240 (tweehonderdveertig) urentaakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis, met bevel dat een gedeelte groot
80 (tachtig) uren, bij niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis,
nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van één jaar.
algemene voorwaardendat veroordeelde:
- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.
bijzondere voorwaardendat veroordeelde: