ECLI:NL:RBNHO:2018:5951
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming voor medicatiebehandeling minderjarige met ADHD
De rechtbank Noord-Holland behandelde een verzoek van de moeder om vervangende toestemming te verkrijgen voor het verstrekken van ADHD-medicatie aan haar minderjarige zoon, wiens vader zijn toestemming weigerde. De ouders hebben gezamenlijk gezag over het kind, waardoor toestemming van beiden vereist is voor medische behandelingen.
De minderjarige vertoont sinds jonge leeftijd gedragsproblemen die zijn verergerd ondanks diverse interventies zoals logopedie, psycho-educatie en alternatieve geneeswijzen. In 2017 is bij hem ADHD vastgesteld door Triversum. De vader betwist de noodzaak van medicatie en wil eerst alternatieven proberen, mede vanwege negatieve eigen ervaringen met ADHD-medicatie.
De Raad voor de Kinderbescherming en de rechtbank oordelen dat medicatie de meest effectieve behandeling is gezien de ernst van de gedragsproblemen en het gebrek aan verbetering door andere behandelingen. De medicatie is gericht op het verminderen van impulsiviteit en het verbeteren van de situatie op school, waar het kind momenteel ernstige problemen ondervindt.
De rechtbank concludeert dat het in het belang van het kind is om spoedig met medicatie te starten en verleent daarom aan de moeder vervangende toestemming voor het verstrekken van ADHD-medicatie. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan door partijen worden bestreden middels hoger beroep.
Uitkomst: De rechtbank verleent vervangende toestemming aan de moeder om ADHD-medicatie te verstrekken aan de minderjarige.