Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 24 januari 2018
- het proces-verbaal van comparitie van 4 juli 2018.
2.De verdere feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
in conventie en in reconventie
266908, is tijdig ingesteld. Echter, op grond van het bepaalde in artikel 3:301 lid 2 BW Pro had dit verzet, nu het betrekking heeft op een uitspraak waarvan de rechter heeft bepaald dat deze in de plaats treedt van een tot levering van een registergoed bestemde akte, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen acht dagen na het instellen van het verzet moeten worden ingeschreven in het rechtsmiddelenregister. Dit is niet gebeurd.
267988.