Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- het verzoekschrift met producties 1-12, ontvangen op de locatie Zaanstad op 28 mei 2018,
- het verweerschrift met producties 1-2.
“(…) Uw cliënte kwam ten val op de trap van de Saentoren. Verzekerde is niet de eigenaar van dit gebouw maar een huurder. Tussen de verdiepingen kan men gebruik maken van 6 liften. Daarnaast is er het trappenhuis dat voor werknemers toegankelijk is met ene druppel. De trap is van beton en is voorzien van leuningen. De trap is breed genoeg om elkaar te kunnen passeren. Ten tijde van het ongeval waren er volgens verzekerde geen bouwactiviteiten of iets dergelijks aan de orde.In deze schade zie ik niet in welke zorgplicht verzekerde geschonden zou kunnen hebben. Het lopen op een trap is een alledaagse gebeurtenis die voor ieder persoon elke dag op verschillende plaatsen voorkomt c.q. kan komen. Hiervoor zijn geen specifieke veiligheidsinstructies vereist.Nu er geen zorgplicht is geschonden, ontbreekt aansprakelijkheid van verzekerde.(…)”
“(…) Wij handhaven het standpunt van 28 november 2017. Voor het op- en aflopen van een trap bestaat ons inziens geen bijzondere zorgplicht van een werkgever. Dit is een alledaagse gebeurtenis. Wij beschikken niet over bewijs waaruit blijkt dat de trap niet voldeed aan de eisen. (…)”
“(…) Uw bericht heeft ons geen reden gegeven ons standpunt te herzien. In onze optiek is er sprake van een ‘alledaagse gebeurtenis’, waarvoor de werkgever niet hoeft te instrueren en/of waarvoor geen aanvullende veiligheidsmaatregelen getroffen te hoeven worden. (…)”
3.Het geschil
I. vast te stellen dat er, op basis van de in het verzoekschrift genoemde argumenten, sprake is van een op Robidus rustende zorgplicht jegens [verzoekster] ten aanzien van het gebruik van de trap in het trappenhuis in de Saen Tower;
4.De beoordeling
In het onderhavige geval twisten partijen, kort gezegd, over de vraag of de zorgplicht van de werkgever (Robidus) zich uitstrekt tot de trap en het trappenhuis in het kantoorpand. Na een oordeel over deze vraag kunnen de onderhandelingen worden voortgezet. Het verzoek van [verzoekster] leent zich dan ook voor behandeling in een deelgeschilprocedure.
In het rapport van Raasveld Expertise is vermeld dat de centrale toegang van het kantoorpand via liften gaat en dat het trappenhuis alleen voor werknemers toegankelijk is met een druppel (sleutelsysteem). Deze druppels zijn aan het personeel van Robidus
- waaronder [verzoekster] - ter beschikking gesteld ten behoeve van het gebruik van de trap tussen de twee verdiepingen van het kantoor van Robidus, zo blijkt uit de als productie 6 bij het verzoekschrift overgelegde verklaring van de heer [naam 3] en de verklaring van de heer [naam 2] ter zitting. Beide heren waren ten tijde van het ongeval bij Robidus werkzaam. Er kan dus vanuit worden gegaan dat werknemers van Robidus ten tijde van het ongeval met instemming van Robidus gebruik konden maken van de trap in plaats van de lift om tussen de 16e en 17e verdieping heen en weer te gaan. Omdat Robidus bovenin het 18 verdiepingen tellende kantoorpand was gevestigd en het wel even duurde voordat de lift kwam, werd er ook daadwerkelijk door medewerkers van Robidus vaak gebruikgemaakt van de trap, aldus Van Bekkum ter zitting. Dit wordt door Robidus ook niet betwist.
Deze factoren bij elkaar maken naar het oordeel van de kantonrechter dat de zorgplicht van Robidus op grond van artikel 7:658 lid 1 BW Pro zich tevens uitstrekt over de trap en het trappenhuis tussen de 16e en 17e verdieping in het kantoorpand. Dat traplopen een alledaagse gebeurtenis is, maakt dit oordeel niet anders. Het verzoek onder I. kan dan ook worden toegewezen.
Nakoming zorgplicht4.6. Nu vaststaat dat [verzoekster] een arbeidsongeval is overkomen en zij schade heeft opgelopen in de uitoefening van haar werkzaamheden, is de aansprakelijkheid van Robidus in beginsel gegeven. De juiste, exacte toedracht van het ongeval hoeft [verzoekster] niet te stellen. Het is ingevolge artikel 7:658 lid 2 BW Pro aan Robidus aan te tonen dat zij de in lid 1 van dit artikel opgenomen zorgplicht is nagekomen. Partijen hebben hun standpunten over de invulling en inhoud van de zorgplicht in de processtukken van dit deelgeschil en ter zitting in grote lijnen uiteengezet. Mede gezien het petitum van het verzoekschrift, gaat het echter buiten het bestek van dit deelgeschil om te beoordelen waar de zorgplicht van Robidus precies uit bestaat en of die zorgplicht is geschonden. Daarbij is bovendien van belang dat in de processtukken er nog van wordt uitgegaan dat [verzoekster] op de trap is uitgegleden terwijl zij ter zitting heeft verklaard op het bordes te zijn uitgegleden.