Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het verzoek en het verweer
- primair € 181,50 en subsidiair € 90,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten en de nakosten.
Rechtbank Noord-Holland
De passagier vorderde compensatie van Air France wegens een vertraging van meer dan drie uur op haar vlucht van New York naar Amsterdam via Parijs op 5 maart 2015. Air France verweerde zich met een beroep op buitengewone omstandigheden, zoals slechte weersomstandigheden en vertraging bij de de-icing procedure.
De rechtbank stelde vast dat Air France onvoldoende bewijs leverde dat de weersomstandigheden op JFK zodanig uitzonderlijk waren dat zij als buitengewone omstandigheden konden worden aangemerkt. Ook het beroep op beperkingen door de luchtverkeersleiding en de vertraging door de-icing werden niet als buitengewoon erkend. De vertraging werd gezien als inherent aan de normale bedrijfsuitoefening van de luchtvaartmaatschappij.
De kantonrechter veroordeelde Air France tot betaling van € 690,00, bestaande uit € 600,00 compensatie en € 90,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met wettelijke rente. Daarnaast werden proceskosten en nakosten toegewezen. Tegen deze beschikking is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Air France is veroordeeld tot betaling van € 690,00 compensatie en incassokosten aan de passagier wegens vluchtvertraging zonder buitengewone omstandigheden.