Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 30 april 2018 in de zaak tussen
[X] , wonende te [Z] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
- of eiser internetpoker heeft gespeeld via een binnenlandse aanbieder, zodat de kansspelbelasting van de aanbieder geheven had moeten worden;
- of internetpoker een casinospel is;
- of de heffing van kansspelbelasting in casu in strijd is met het Unierecht, in het bijzonder met het recht op vrij verkeer van diensten (artikel 49 van Pro het Verdrag Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (hierna: EG-Verdrag)), en in dat verband, of de dienstenverrichter is gevestigd binnen de EU (standpunt eiser) of buiten de EU (standpunt verweerder);
- of de prijzen dienen te worden vrijgesteld op grond van artikel 52 van Pro het Besluit ter voorkoming van dubbele belasting 2001 (hierna: Bvdb);
- of de heffing van kansspelbelasting in strijd is met artikel 1 van Pro het Eerste protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EP EVRM);
- of het vertrouwensbeginsel is geschonden;
- of eventueel verschuldigde kansspelbelasting op grond van artikel 9.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB) verrekenbaar is met de inkomstenbelasting; en
- of eiser recht heeft op verrekening van verliezen (daaronder vallen inzetten en inschrijfkosten) en winsten binnen het heffingstijdvak.
De rechtbank neemt bij de beoordeling tot uitgangspunt dat deze variant, wanneer ‘live’ gespeeld (ook in toernooivorm), een casinospel is in de zin van de WKSB (Hoge Raad 11 juli 2014, nr. 12/05519, ECLI:NL:HR:2014:1624).