Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
- [aangever 1] (pagina 210);
- [aangever 2] (pagina 224);
- [aangever 3] (pagina 228);
- [aangever 4] (pagina 237) en
- [aangever 5] (pagina 244),
- verdachte in de vroege ochtend van 4 augustus 2017 een personenauto bestuurde;
- het de politie bekend was dat verdachte regelmatig harddrugs gebruikt en in het verleden was aangehouden voor het rijden onder invloed daarvan;
- door de politie een verkeerscontrole werd uitgevoerd;
- de politie verdachte naar zijn rijbewijs vroeg;
- verdachte zijn rijbewijs aan de politie overhandigde;
- de politie vervolgens aan verdachte meedeelde dat deze nacht werd gecontroleerd op onder meer het rijden onder invloed van alcohol en drugs in het verkeer;
- de politie een alcohol- en drugstest van verdachte heeft afgenomen;
- verdachte voorafgaand aan de drugstest, maar nadat hem de cautie was gegeven, heeft gezegd:
- de drugstest resulteerde in een indicatie van het gebruik van (onder andere) amfetamine;
- verdachte vervolgens is aangehouden op verdenking van het rijden onder invloed van verdovende middelen.
3.Bewijs
- het proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 september 2017 (dossierpagina’s 421 en 422);
- het proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 september 2017 (dossierpagina’s 435-437);
- het proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 september 2017 (dossierpagina’s 444-446);
- het proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 september 2017 (dossierpagina’s 454-457);
- het proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 september 2017 (dossierpagina’s 463-465);
- het proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 september 2017 (dossierpagina’s 470 en 471);
- het proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 september 2017 (dossierpagina’s 476 en 477);
- het proces-verbaal onderzoek wapen d.d. 18 oktober 2017 (dossierpagina 482).
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de straf
7.Beslissingen omtrent inbeslaggenomen en niet teruggeven voorwerpen
8.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
10.Beslissing
20 (twintig) maanden, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot
5 (vijf) maanden,
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op
3 (drie) jarenbepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
maatregelstrekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van
3 (drie) jaren, inhoudende dat verdachte wordt bevolen zich tussen zonsondergang en zonsopgang niet in de directe nabijheid van vee op te houden.
dadelijk uitvoerbaaris.
[aangever 1]geleden schade tot een bedrag van
€ 14,25 (veertien euro en vijfentwintig cent), bestaande uit materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 januari 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [aangever 1] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[aangever 1]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 14,25 (veertien euro en vijfentwintig cent), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
1 (één) daghechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 januari 2016 tot aan de dag der algehele voldoening.