ECLI:NL:RBNHO:2018:845
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom voor verwijderen garage op gemeentelijke grond
Verzoeker heeft een last onder dwangsom opgelegd gekregen om een zonder vergunning gebouwde garage/berging op gemeentelijke grond te verwijderen. Verzoeker maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening om verwijdering te voorkomen zolang het bezwaar nog loopt.
De voorzieningenrechter constateert dat de garage zonder omgevingsvergunning is gebouwd en in strijd is met het bestemmingsplan dat de grond bestemd voor groenvoorzieningen en stadslandbouw. Verweerder is bevoegd handhavend op te treden en heeft geen zicht op legalisatie, mede omdat de garage op een duiker staat waar bebouwing verboden is.
De omstandigheid dat de garage al sinds de jaren zeventig aanwezig is en dat de gemeente in 2012 terugplaatsing mogelijk maakte, leidt niet tot een gedoogsituatie. Ook een huurovereenkomst uit 2010 verplichtte verwijdering. Verweerder voert sinds 2016 actief handhaving tegen overtredingen op gemeentelijke grond.
De voorzieningenrechter ziet geen bijzondere omstandigheden die handhaving onevenredig maken en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Wel is aangegeven dat verzoeker de grond voorlopig als tuin zonder bebouwing mag gebruiken.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom tot verwijdering van de garage wordt afgewezen.