ECLI:NL:RBNHO:2018:881
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.H.L.C. Bijvoet
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over Duitse ZRGB-uitkering in 2015 niet onrechtmatig
Eiseres, slachtoffer van vervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog, ontving in 2015 twee nabetalingen van de Duitse ZRGB-uitkering. De Belastingdienst rekende deze uitkeringen als belastbaar inkomen uit werk en woning, met aftrek ter voorkoming van dubbele belasting. Eiseres stelde dat deze heffing onbillijk was en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden vanwege vrijstellingen die later zijn ingevoerd voor andere uitkeringen.
De rechtbank stelde vast dat de ZRGB-uitkering een door Duitsland uitgekeerde periodieke uitkering op grond van een publiekrechtelijke regeling is en daarmee onder de Wet IB 2001 valt. Het belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland wijst de heffing toe aan Duitsland, maar omdat Duitsland geen belasting heft, wordt de uitkering in Nederland belast met aftrek ter voorkoming van dubbele belasting.
De rechtbank verwierp het beroep van eiseres, onder meer omdat de vrijstelling van vergelijkbare uitkeringen pas vanaf 2016 geldt en niet met terugwerkende kracht voor 2015. Ook oordeelde de rechtbank dat de rechter niet bevoegd is om de billijkheid van de wet te toetsen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de belastingheffing over de ZRGB-uitkering in 2015 wordt ongegrond verklaard.