Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
“het verrichten van aannemers- en/of projectontwikkelaars-werkzaamheden ten behoeve van (de bouw van) de woning [zd8 woning] ”moet worden verstaan. De raadsman acht dit onderdeel van de tenlastelegging onvoldoende concreet en niet begrijpelijk, waardoor het voor de verdediging niet duidelijk is waartegen zij zich in dit verband moet verdedigen. De raadsman heeft bepleit de dagvaarding met betrekking tot dit onderdeel van de tenlastelegging partieel nietig te verklaren.
3.Beoordeling van het bewijs
zaakdossier 8, de bouw van [zd8 woning] , komt uit het dossier naar voren dat bij deze bouw van de woning van verdachte, eind 2005 – 2006, gebruik is gemaakt van de diensten van onder meer de volgende bedrijven: [architect] B.V., [bv3] B.V. en [vof] V.O.F.
“Met betrekking tot de werkzaamheden, verricht en gefactureerd door [bv3] BV, zijn geen nadere aanwijzingen bevonden omtrent een verleende korting voor de werkzaamheden aan de woning van [verdachte] . Derhalve kan niet worden geschat of er sprake is van een wederrechtelijk verkregen voordeel in de vorm van een besparing van kosten.”
“Hierbij stuur ik u een honorarium overzicht van de afspraak zoals ik die met [medeverdachte](de rechtbank begrijpt dat hiermee [medeverdachte] is bedoeld)
heb gemaakt.”Het honorariumvoorstel is exact het bedrag van € 7.000 (exclusief BTW). Achter de in dit voorstel vermelde posten “bestek” en “voeren van directie” zijn geen bedragen opgenomen. Naar het oordeel van de rechtbank wijst dit alles op een gift.
zaakdossier 6, de aankoop van [bedrijfsunit] , overweegt de rechtbank het volgende.
“ [medeverdachte] heeft geen invloed gehad op de hoogte van de taxatie. Ik taxeer naar eer en geweten”, aldus [taxateur] . De rechtbank ziet geen reden aan deze verklaring te twijfelen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de [bedrijfsunit] voor een gangbare marktprijs aan verdachte is verkocht.