Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 17 oktober 2018 in de zaak tussen
[X] , wonende te [Z] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Eindhoven, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
€ 2.620 +
Rechtbank Noord-Holland
Eiseres, begunstigde van twee in de Verenigde Staten gevestigde trusts, ontving in 2012 dividenden waarover in de VS geen bronbelasting werd geheven. Zij vorderde op grond van artikel 25, derde lid, van het belastingverdrag tussen Nederland en de VS een aftrek op de Nederlandse inkomstenbelasting.
De rechtbank stelt vast dat het heffingsrecht op deze dividenden aan Nederland toekomt, terwijl de VS een beperkt heffingsrecht heeft. Artikel 25 van Pro het verdrag regelt de voorkoming van dubbele belasting, waarbij aftrek wordt verleend voor daadwerkelijk geheven bronbelasting. Omdat de VS geen bronbelasting heeft geheven, bestaat geen recht op aftrek.
De rechtbank erkent dat de tekst van artikel 25 niet Pro eenduidig is, maar volgt de interpretatie dat aftrek alleen geldt bij daadwerkelijk geheven bronbelasting. De doelstelling van het verdrag en de Nederlandse regelgeving ondersteunen dit oordeel. Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond omdat geen bronbelasting in de VS is geheven en daardoor geen aftrek op Nederlandse belasting kan worden toegekend.