ECLI:NL:RBNHO:2018:9383
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs medeplegen poging tot uitvoer van 143 kg MDMA
De rechtbank Noord-Holland behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van poging tot uitvoer van circa 143 kilogram MDMA via lasapparaten naar Singapore. De officier van justitie stelde dat verdachte als organisator optrad en baseerde dit op verklaringen van een inmiddels overleden medeverdachte en diverse getuigenverklaringen.
De verdediging voerde aan dat de verklaringen van de medeverdachte, die niet konden worden ondervraagd vanwege diens overlijden, niet als bewijs mogen worden gebruikt conform de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (Vidgen-uitspraak). De rechtbank oordeelde dat deze verklaringen beslissend waren en dat het aanwezige steunbewijs niet voldoende was om de betrokkenheid van verdachte te bewijzen.
Daarom werden de verklaringen van de medeverdachte uitgesloten van het bewijs. Bij gebrek aan ander overtuigend bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij. De uitspraak benadrukt het belang van het recht op ondervraging van getuigen en de noodzaak van voldoende compenserende bewijsstukken bij het gebruik van niet-ondervraagde getuigenverklaringen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs na uitsluiting van verklaringen van overleden medeverdachte.