De rechtbank Noord-Holland behandelde de zaak van verdachte die werd verdacht van poging tot overval op een sigarenmagazijn in Haarlem op 10 februari 2018. Verdachte en een medeverdachte hadden zich voorzien van donkere kleding, gezichtsbedekking en wapens (een ploertendoder en een neppistool) en betraden het sigarenmagazijn met het oogmerk om Shisha-pennen te stelen.
De rechtbank achtte het primair ten laste gelegde feit bewezen op basis van de bekennende verklaring van verdachte en de aangifte van de benadeelde. Echter, de verdediging voerde aan dat verdachte vrijwillig was teruggetreden, omdat hij het plan niet verder wilde uitvoeren en het sigarenmagazijn direct verliet zonder iets te ondernemen. Dit werd bevestigd door verklaringen van de benadeelde, een getuige en de medeverdachte.
De rechtbank oordeelde dat het niet voltooien van het misdrijf het gevolg was van omstandigheden die van de wil van verdachte afhingen, waardoor sprake was van vrijwillige terugtred conform artikel 46b Sr. Hierdoor werd verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging. Tevens werd de dagvaarding met betrekking tot feit 2 nietig verklaard wegens onvolledige tenlastelegging. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het feit waarvoor schade werd gevorderd niet strafbaar bleek.