ECLI:NL:RBNHO:2018:9818
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlaging Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen bevestigd door rechtbank
Eiser ontvangt sinds 2011 een Wajong-uitkering die laatstelijk 75% van het minimumloon bedroeg. Na een herbeoordeling in het kader van de gewijzigde Wajong per 1 januari 2015, waarbij een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek plaatsvonden, heeft verweerder de uitkering per 1 januari 2018 verlaagd naar 70% van het minimumloon. Eiser stelde dat hij vanwege fysieke en psychische klachten niet in staat is om ten minste een uur aaneengesloten te werken en vier uur per dag belastbaar te zijn, en dat de verzekeringsarts onvoldoende rekening hield met zijn oogklachten.
De rechtbank overweegt dat op grond van de Wajong en het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten de uitkering wordt verlaagd tenzij sprake is van duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie. De medische en arbeidskundige rapportages concluderen dat eiser wel degelijk een taak kan verrichten in een arbeidsorganisatie, ten minste vier uur per dag belastbaar is en over basale werknemersvaardigheden beschikt. De klachten van eiser, waaronder rugklachten, astma, oogklachten en paniekaanvallen, zijn meegewogen maar leiden niet tot een andere conclusie.
De rechtbank acht de rapportages consistent en inzichtelijk gemotiveerd en concludeert dat verweerder terecht heeft besloten de uitkering te verlagen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlaging van de Wajong-uitkering naar 70% van het minimumloon is ongegrond verklaard.