ECLI:NL:RBNHO:2018:9923
Rechtbank Noord-Holland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot betaling servicekosten, waarborgsom en ontruiming woonruimte
De zaak betreft een kort geding tussen verhuurder en huurder over de betaling van achterstallige servicekosten, waarborgsom en de ontruiming van een woning. De huurovereenkomst is gesloten onder de Tijdelijke Huurovereenkomst Leegstandswet, maar de bepalingen van deze wet die huurbescherming uitsluiten zijn niet van toepassing.
Verhuurder vordert betaling van € 8.900,39 aan achterstallige servicekosten en waarborgsom, maandelijkse huur en voorschot servicekosten, wettelijke rente, buitengerechtelijke kosten en ontruiming van de woning. Huurder betwist de verschuldigdheid van de servicekosten en stelt dat deze inbegrepen zijn in de huurprijs. Ook is onduidelijkheid over de afvalstoffenheffing en de verdeelsleutel van de servicekosten.
De kantonrechter oordeelt dat de verhuurder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de huurder de gevorderde bedragen volledig verschuldigd is en dat nader onderzoek in een bodemprocedure nodig is. Ook de mondelinge afspraak over de niet-betaling van de waarborgsom is niet weersproken. De vordering tot ontruiming wordt afgewezen omdat de tekortkomingen van de huurder onvoldoende ernstig zijn om ontbinding van de huurovereenkomst te rechtvaardigen.
De proceskosten worden aan de verhuurder opgelegd omdat hij in het ongelijk wordt gesteld. Het vonnis is gewezen door kantonrechter S.N. Schipper en op 13 november 2018 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Alle vorderingen van verhuurder tot betaling van servicekosten, waarborgsom en ontruiming worden afgewezen.