Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
Er is geen sprake van een gezamenlijke uitvoering van het steken en nu onvoldoende is gebleken van afspraken die tussen hem en [medeverdachte] zouden zijn gemaakt, is evenmin sprake geweest van een evidente rol van verdachte in de voorbereiding. De bijdrage van verdachte aan het primair tenlastegelegde is naar het oordeel van de rechtbank dan ook van onvoldoende gewicht geweest om de kwalificatie medeplegen te rechtvaardigen. Het enkele feit dat verdachte [slachtoffer 1] een schop heeft gegeven en, na afloop van het gebeuren, het gedrag van zijn vrouw heeft goedgekeurd (“Ze had haar dood moeten steken. (…) Jammer dat ze niet dood is”), maakt dit niet anders.
Daarom zal verdachte worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde, zoals ook door de officier van justitie is gevorderd en door de verdediging is bepleit.
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] d.d. 29 mei 2019 (dossierpagina’s 30 tot en met 32);
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van de verbalisant [naam] d.d. 5 juni 2019 inhoudende het uitkijken van het door de getuige [naam] beschikbaar gestelde beeldmateriaal (dossierpagina’s 64 tot en met 66);
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van de getuige [naam] d.d. 30 mei 2019 (dossierpagina 115);
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van de getuige [naam] d.d. 30 mei 2019 (dossierpagina’s 132 tot en met 134);
- een schriftelijk bescheid, te weten een medische verklaring met betrekking tot het letsel van [slachtoffer 1] (dossierpagina’s 45-46).
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit:
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sancties
“goed zo, trots op je”en
“goed gedaan”en tegen de politie
“Ze had haar dood moeten steken”en
“Jammer dat ze niet dood is”. Voor [slachtoffer 1] moet het een zeer ingrijpende gebeurtenis zijn geweest, waarvan zij mogelijk nog lange tijd de nadelige gevolgen zal ervaren. Het is een feit van algemene bekendheid dat dergelijke ervaringen nog lange tijd gevoelens van angst en onveiligheid bij slachtoffers en omstanders veroorzaken. De rechtbank rekent verdachte zijn handelen dan ook zwaar aan.
[naam], psychiater/psychoanalyticus, houdt als conclusie het volgende in, zakelijk weergegeven:
[naam], Gz-psycholoog, houdt onder meer het volgende in, zakelijk weergegeven:
De rechtbank acht de door de officier van justitie gevorderde straf, hoe bijzonder de onderhavige zaak ook is, disproportioneel.
7.Vordering benadeelde partijDe benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 1.364,88 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 15.256140.19 ten laste gelegde feit zou hebben geleden.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
7 (zeven) MAANDEN.
dadelijk uitvoerbaaris.
dadelijk uitvoerbaaris.
benadeelde partij[slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering.