Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
21 (éénentwintig) maanden. Beveelt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot
7 (zeven) maanden nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van
2 (twee) jaren.
€ 13.270,00 (dertienduizend tweehonderdzeventig euro), bestaande uit € 770,00 als vergoeding voor de materiële en € 12.500,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf
5 juni 2008tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
€ 13.270,00 (dertienduizend tweehonderdzeventig euro), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
101 dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf
5 juni 2008tot aan de dag der algehele voldoening.