Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2019:1055

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
12 februari 2019
Publicatiedatum
11 februari 2019
Zaaknummer
C/15/19/39 R
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EG) 2015/848Art. 285 lid 1 FaillissementswetArt. 288 lid 1 FaillissementswetArt. 288 lid 3 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating tot schuldsaneringsregeling wegens uitzichtloze pilotschuld

De schuldenaar verzocht op 14 november 2018 om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. Tijdens de zitting op 8 februari 2019 werd het verzoek besproken. De rechtbank stelde vast dat het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaar in Nederland ligt, waardoor zij bevoegd is de procedure te behandelen.

De totale schuldenlast bedraagt circa €134.708, waaronder preferente vorderingen van de Belastingdienst en twee grote leningen van de ABN Amro bank voor de financiering van een pilotsopleiding gestart in 2008. De schuldenaar kon de maandelijkse aflossingen niet meer nakomen en pogingen tot betalingsregeling met de bank in 2017 mislukten.

De rechtbank oordeelde dat de schuldenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij te goeder trouw was bij het ontstaan van de schulden en dat hij de omstandigheden die tot de schulden leidden onder controle heeft gekregen. De pilotschuld is inmiddels tien jaar oud, met deels aflossingen, maar door het niet kunnen maken van vlieguren is het onwaarschijnlijk dat de schuldenaar nog als piloot kan werken, waardoor de schuldsituatie uitzichtloos is.

De rechtbank besloot daarom de schuldsaneringsregeling toe te passen, benoemde een rechter-commissaris en bewindvoerder, en gaf de bewindvoerder de bevoegdheid om namens de schuldenaar correspondentie te openen gedurende dertien maanden.

Uitkomst: De rechtbank staat de schuldsaneringsregeling toe vanwege de uitzichtloze pilotschuld en controle over de schuldsituatie.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND toepassing schuldsaneringsregeling

Handel, Kanton en Insolventie
Zittingsplaats Alkmaar
insolventienummer: C/15/19/39 R
vonnis van 12 februari 2019
op het verzoek van:
[verzoeker]
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats]
schuldenaar.

1.De procedure

1.1
Op 14 november 2018 is ter griffie van deze rechtbank binnengekomen het verzoekschrift met bijlagen van schuldenaar strekkende tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
1.2
Ter zitting van 8 februari 2019 is schuldenaar hierover gehoord.

2.De beoordeling

2.1
De rechtbank is gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 van Pro Verordening (EG) 2015/848 betreffende insolventieprocedures van de Raad van de Europese Unie bevoegd deze hoofdprocedure te openen nu het centrum van de voornaamste belangen van schuldenaar in Nederland ligt.
2.2
Het verzoek voldoet aan het bepaalde in artikel 285 lid 1 Faillissementswet Pro (Fw).
2.3
Uit artikel 288, eerste lid, aanhef en onder b Faillissementswet vloeit voort dat een verzoek om toepassing van de wettelijke schuldsanering alleen wordt toegewezen als de schuldenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, te goeder trouw is geweest. Bij de beoordeling van de vraag of de schuldenaar zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden, spelen alle omstandigheden van het geval een rol. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting zijn de volgende omstandigheden naar voren gekomen.
2.4
De totale schuldenlast van verzoeker bedraagt in totaal € 134.707,85, waarvan de preferente vordering ad € 7.939,00 betrekking heeft op het onbetaald laten van de Inkomstenheffing 2015 bij de Belastingdienst. Tevens zijn twee vorderingen van de ABN Amro bank van € 88.869,45 en € 35.631,59 op de schuldenlijst opgenomen. De schulden aan de ABN Amro bank betreffen, kort gezegd, de financiering van de opleiding van schuldenaar tot piloot. Schuldenaar is in 2008 met deze opleiding gestart. Schuldenaar heeft zich sinds een aantal jaren niet meer aan zijn maandelijkse verplichting, ten aanzien van het terugbetalen van de lening bij de ABN Amro bank, kunnen houden. Schuldenaar heeft in 2017 nog getracht om met de ABN Amro bank een regeling te treffen om de maandelijkse afdrachten naar beneden bij te stellen. Met dit voorstel kon de ABN Amro bank niet akkoord gaan en heeft dit voorstel afgewezen.
2.5
De rechtbank is echter van oordeel dat toelating tot de schuldsaneringsregeling thans gerechtvaardigd is, omdat voldoende aannemelijk is geworden dat schuldenaar de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan van deze schulden onder controle heeft gekregen als bedoeld in artikel 288 lid 3 van Pro de Faillissementswet. Schuldenaar heeft aangegeven dat hij financieel niet in staat was om in de afgelopen jaren de benodigde vlieguren te maken, waardoor zijn piloten brevet niet meer geldig is en dus ook niet te verwachten is dat hij nog als piloot aan het werk kan gaan. De schuld wegens het volgen van de pilotenopleiding is inmiddels tien jaar oud en schuldenaar heeft daarop gedurende meerdere jaren afgelost. Thans is sprake van een uitzichtloze situatie.

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1
spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker]
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
3.2
benoemt tot rechter-commissaris mr. M. Wouters,
en tot bewindvoerder
N.G.M. Schimmel
correspondentieadres:
Wilhelminalaan 10
1815 JC Alkmaar
3.3
kent bij toereikend actief, gedurende de looptijd van de schuldsaneringsregeling aan de bewindvoerder een voorschot op het salaris toe overeenkomstig het Besluit salaris bewindvoerder,
3.4
geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte brieven en telegrammen gedurende een termijn van dertien maanden.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier op 12 februari 2019.