ECLI:NL:RBNHO:2019:1056
Rechtbank Noord-Holland
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toelating schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw zijn
Schuldenaren hebben bij de rechtbank Noord-Holland een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank heeft dit verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 288 Faillissementswet Pro, waarin is bepaald dat schuldenaren te goeder trouw moeten zijn geweest bij het ontstaan of onbetaald laten van hun schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.
Uit het door schuldbemiddelingsinstantie Zuidweg & Partners overgelegde overzicht van de Belastingdienst bleek een openstaande schuld van €62.977 aan loonheffingen over 2016. Deze schuld is ontstaan doordat schuldenaar geld heeft onttrokken uit een stamrecht B.V. om de winkel die hij met zijn vrouw runde financieel te ondersteunen. Schuldenaar had dit geld als lening bedoeld om later terug te storten.
De rechtbank oordeelde dat schuldenaren, gelet op de fiscale regels rond stamrecht B.V.'s, behoorden te weten dat het geld gereserveerd moest blijven voor periodieke uitkeringen. Door het geld anders te gebruiken, is een forse belastingaanslag opgelegd en onbetaald gebleven. Dit maakt dat schuldenaren niet te goeder trouw zijn geweest. Daarom voldoet het verzoek niet aan de wettelijke vereisten en wijst de rechtbank het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens het ontbreken van te goeder trouw zijn bij het ontstaan van de schulden.