ECLI:NL:RBNHO:2019:10618
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- R.H.M. Bruin
- M. Goedhuis-Visser
- C.A.M. van der Heijden
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters wegens vermeende partijdigheid in strafzaak
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechters in een strafzaak, stellende dat zij bevooroordeeld waren door het niet oproepen van een getuige en het niet serieus nemen van een onafhankelijk reclasseringsrapport. De wrakingskamer behandelde het verzoek na openbare zitting waarbij verzoeker, de rechters en de officier van justitie werden gehoord.
De wrakingskamer oordeelde dat het niet oproepen van de getuige een procesbeslissing betrof die op zichzelf onvoldoende grond voor wraking vormt. Ook het niet expliciet reageren op een verzoek tot het horen van de getuige impliceerde geen vooringenomenheid. Verder werd vastgesteld dat verzoeker voldoende gelegenheid had gehad om zijn standpunten over de deskundigenrapporten naar voren te brengen.
De wrakingskamer concludeerde dat noch subjectief noch objectief sprake was van gegronde vrees voor partijdigheid. De feiten en omstandigheden boden geen zwaarwegende aanwijzing voor onpartijdigheidsschending. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en het proces in de hoofdzaak kon worden voortgezet.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters is afgewezen wegens het ontbreken van gegronde vrees voor partijdigheid.