Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Zaak 1. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 43]
2.primair
2.subsidiair:
3.Zaak 2. [slachtoffer 2]
5.Zaak 3. [slachtoffer 3]
7.Zaak 4. [slachtoffer 4] t/m [slachtoffer 42]
9.Zaak 5. 195 logins
2.Voorvragen
3.Waardering van het bewijs
emailadressen staan vermeld waarmee verdachte heeft geprobeerd in te loggen op een iCloud account. Op grond van het onderzoek is niet gebleken dat aan deze emailadressen een iCloud account gekoppeld was. Zonder deze informatie kan de rechtbank niet vaststellen of verdachte met het invoeren van deze emailadressen toegang tot een iCloud account kon verkrijgen. Gelet hierop is naar het oordeel van de rechtbank niet vast te stellen of in deze gevallen sprake is geweest van een strafbare poging tot computervredebreuk, zodat verdachte hiervan wordt vrijgesproken.
onder 1, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 ten laste gelegde feitenheeft begaan, met dien verstande dat:
1.Zaak 1. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 43]
3.Zaak 2. [slachtoffer 2]
5.Zaak 3. [slachtoffer 3]
7.Zaak 4. [slachtoffer 4] t/m [slachtoffer 42]
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
onder 1, 3 en 5bewezenverklaarde levert telkens op:
onder 4bewezenverklaarde levert op:
onder 6bewezenverklaarde levert op:
onder 7bewezenverklaarde levert op:
onder 8bewezenverklaarde levert op:
5.Strafbaarheid van verdachte
volledigaan verdachte kan worden toegerekend.
6.Motivering van de sanctie
7.Vermogensmaatregel
8.Vorderingen benadeelde partijen
- € 6.292,-- ter zake kosten om het verspreiden van privé foto’s en filmpjes (afkomstig uit haar ’gehackte’ iCloud account) tegen te gaan op verschillende websites.
- € 4.357,82 ter zake kosten die zijn gemaakt voor het inschakelen van een advocaat in 2017; de advocaat heeft zich onder andere bezig gehouden met het onderzoek naar de verspreiding van genoemde foto’s en filmpjes en het versturen van sommatiebrieven.
- € 6,81 ter zake reis- en benzinekosten die zijn gemaakt in verband met onder meer contacten met de politie en het doen van aangifte.
- € 35.000,-- ter zake gederfde inkomsten; ten gevolge van het verspreide beeldmateriaal en de negatieve berichten zijn verschillende samenwerkingen met slachtoffer 1 stop gezet waardoor slachtoffer 1 inkomsten heeft misgelopen.
- € 1.125,-- ter zake misgelopen advertentie-inkomsten; slachtoffer 1 heeft (nadat zij ontdekte dat genoemd privé beeldmateriaal was verspreid) drie weken lang haar werkzaamheden als ‘influencer’ grotendeels gestaakt en geen content geplaatst omdat zij mentaal niet in staat was om te werken. Als gevolg hiervan heeft zij geen advertentie-inkomsten ontvangen.
Ten slotte heeft de verdediging met betrekking tot de immateriële schade verzocht de immateriële schadebedrag te matigen tot een bedrag van € 500,--.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
onder 2. primair en subsidiairniet-ontvankelijk in de
vervolging van verdachte ten aanzien van slachtoffer 43.
onder 2. primair en subsidiair en 9.is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.
onder 1, 3, 4, 5, 6, 7 en 8ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.
24 (vierentwintig) maanden, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot
8 (acht) maanden,
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op
drie jaren bepaalde proeftijdzich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
slachtoffer 1)geleden schade tot een bedrag van
€ 1.631,81, bestaande uit € 1.131,81 als vergoeding voor de materiële en € 500,-- als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 18 maart 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, aan
slachtoffer 1, voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
slachtoffer 1de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 1.631,81, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
26 dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2017 tot aan de dag der algehele voldoening.
slachtoffer 2)geleden schade tot een bedrag van
€ 2.280,60, bestaande uit € 280,60 als vergoeding voor de materiële en € 2.000,-- als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf
slachtoffer 2, voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
slachtoffer 2de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 2.280,60, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
32 dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 oktober 2017 tot aan de dag der algehele voldoening.
(slachtoffer 6)geleden immateriële schade tot een bedrag van
€ 1.000,-- en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 28 april 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, aan slachtoffer 6, voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
slachtoffer 6de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 1.000,-, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
20 dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 april 2017 tot aan de dag der algehele voldoening.
(slachtoffer 21)geleden immateriële schade tot een bedrag van
€ 1.000,-- en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 28 april 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, aan slachtoffer 6, voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
slachtoffer 21de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 1.000,--, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
20 dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 april 2017 tot aan de dag der algehele voldoening.
(slachtoffer 43)niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.