Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
Ten aanzien van feit 2 heeft de officier van justitie het standpunt ingenomen dat sprake is van wederrechtelijke vrijheidsberoving vanaf het moment waarop aangever in de bus is gezet bij het ziekenhuis, tot aan het moment waarop de politie in de woning arriveerde. De continue aanwezigheid van de verdachten, de bedreigingen, het geweld - ook in het Twiske - en het feit dat de auto het merendeel van de tijd reed, maken dat aangever belemmerd werd om zich aan de situatie te onttrekken. Gezien de gezamenlijke uitvoering door [verdachte] en [medeverdachte 1] en de wezenlijke bijdrage aan het feit van medeverdachte [medeverdachte 2] ,
is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking en dus het medeplegen van de wederrechtelijke vrijheidsberoving. Ook is sprake geweest van opzet op het medeplegen van het delict.
4.Oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft ter terechtzitting bekend dat hij aangever in de bestelbus en tijdens de stop in het Twiske geslagen en geschopt heeft.
5.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de sanctie
Het is algemeen bekend dat een dergelijke gebeurtenis een uitermate beangstigende en bedreigende ervaring is voor het slachtoffer, waar zowel het slachtoffer als zijn omgeving nog lang de psychische gevolgen van kunnen ondervinden. Dit soort feiten veroorzaakt bovendien angstgevoelens en gevoelens van onveiligheid in de samenleving. De rechtbank rekent verdachte dit zwaar aan.
De reclassering heeft de kans op recidive ingeschat als laag en acht een toezicht in de vorm van een meldplicht of andere bijzondere voorwaarden niet geïndiceerd. De rechtbank zal met het voorgaande ten voordele van verdachte rekening houden.
9.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
VIERENVEERTIG (44) DAGEN;
HONDERDTWINTIG (120) URENtaakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door ZESTIG (60) DAGEN hechtenis;
[aangever]geleden schade tot een bedrag van
€ 3.526,45 (drieduizend vijfhonderdzesentwintig euro en vijfenveertig eurocent), bestaande uit € 1.526,45 als vergoeding voor de materiële en € 2.000,- als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [aangever] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting. Het toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 september 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;
€ 3.526,45 (drieduizend vijfhonderdzesentwintig euro en vijfenveertig eurocent), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
45 dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 september 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;
De verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd, onder meer inhoudende:
Een proces-verbaal van bevindingen (pagina 138-139). Dit proces-verbaal houdt – zakelijk weergegeven – onder meer in als relaas van bevindingen van [verbalisanten]
Een proces-verbaal van bevindingen (pagina 150-151). Dit proces-verbaal houdt– zakelijk weergegeven – onder meer in als relaas van bevindingen van [verbalisant]
Een proces-verbaal van verhoor [aangever] (los opgenomen in het dossier). Dit proces-verbaal houdt – zakelijk weergegeven – onder meer in als de op 16 april 2018 door [aangever] ten overstaan van de rechter-commissaris afgelegde verklaring:
Een proces-verbaal van verhoor aangever (pagina 181-185). Dit proces-verbaal houdt – zakelijk weergegeven – onder meer in als de op 27 september 2017 door [aangever]
V: Ik zal jou een foto laten zien die wij op een (1) van de telefoons hebben aangetroffen. Wat kan jij over verklaren ?
A: Dit is precies wat ik zojuist vertelde. Hier heb ik net de schop gekregen.
Een schriftelijk bescheid (pagina 178-180), inhoudende een ander geschrift (een letselverklaring van 13 september 2017) als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef, onder 5°, van het Wetboek van Strafvordering, met onder andere de volgende inhoud:
Een proces-verbaal van verhoor verdachte (los opgenomen in het dossier). Dit proces-verbaal houdt – zakelijk weergegeven – onder meer in als de op 15 september 2017 door [medeverdachte 2] ten overstaan van de rechter-commissaris afgelegde verklaring:
Een proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] (pagina 36-46). Dit proces-verbaal houdt – zakelijk weergegeven – onder meer in als de op 14 september 2017 door [medeverdachte 2] ten overstaan van [verbalisanten] afgelegde verklaring:
Een proces-verbaal van verhoor verdachte (pagina 103-110). Dit proces-verbaal houdt – zakelijk weergegeven – onder meer in als de op 26 september 2017 door [verdachte] ten overstaan van [verbalisanten] afgelegde verklaring:
V: Wie zijn wij?
Een proces-verbaal van verhoor verdachte (pagina 73-79). Dit proces-verbaal houdt – zakelijk weergegeven – onder meer in als de op 28 september 2017 door [medeverdachte 1] ten overstaan van [verbalisant] afgelegde verklaring:
Een proces-verbaal aantreffen voertuigen (pagina 214-215). Dit proces-verbaal houdt – zakelijk weergegeven – onder meer in als relaas van bevindingen van [verbalisanten] , dan wel een van hen:
Een proces-verbaal Forensisch onderzoek plaats delict (pagina 407-411). Dit proces-verbaal houdt – zakelijk weergegeven – onder meer in als relaas van bevindingen van [verbalisant] :
(…) Op de achterkant van de bestuurdersstoel onder de hoofdsteun zag ik meerdere bloedsporen.