ECLI:NL:RBNHO:2019:11468
Rechtbank Noord-Holland
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Nadere vaststelling voorschot deskundigenonderzoek in civiele procedure
In deze civiele procedure heeft de kantonrechter bij vonnis van 8 augustus 2018 een deskundigenbericht gelast waarbij twee deskundigen zijn benoemd om gezamenlijk een rapport uit te brengen. Het voorschot voor het deskundigenonderzoek werd aanvankelijk vastgesteld op €8.712,00, betaald door eiser.
De deskundigen hebben vervolgens gemeld dat het onderzoek meer tijd kost dan verwacht, namelijk 11 in plaats van 6 adviesdagen, en verzochten om verhoging van het voorschot tot €16.613,30 inclusief btw. Gedaagde had geen bezwaar tegen de verhoging, maar eiser gaf aan de verhoging niet te kunnen betalen en verzocht om beslissing over de aanvullende kosten in het eindvonnis.
De kantonrechter oordeelt dat het redelijk is het verhoogde voorschot bij eiser in rekening te brengen omdat hij stelt te weinig betaald te hebben gekregen. Betalingsonmacht is geen reden om af te zien van het aanvullende voorschot. Wel dienen de deskundigen bij de eindrapportage inzicht te geven in de gewerkte uren. Het aanvullende voorschot moet door eiser worden gedeponeerd vóór de rolzitting van 27 maart 2019.
De kantonrechter stelt het voorschot nader vast op €16.613,30 en bepaalt dat eiser het aanvullende bedrag van €7.901,30 inclusief btw moet storten. De griffier wordt opgedragen de deskundigen direct te informeren over de betaling zodat het onderzoek kan worden voortgezet. Verder worden alle andere beslissingen aangehouden.
Uitkomst: Het voorschot voor het deskundigenonderzoek wordt nader vastgesteld op €16.613,30 en eiser moet een aanvullend bedrag van €7.901,30 storten.