ECLI:NL:RBNHO:2019:11503
Rechtbank Noord-Holland
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Beslissing niet-ontvankelijkheid herstelverzoek bevelschrift in kort geding
In deze zaak heeft belanghebbende op 18 mei 2019 een verzoek ingediend tot verbetering en aanvulling van een eerder afgegeven proces-verbaal en bevelschrift, met een aanvullende brief op 23 mei 2019. Eerder waren vergelijkbare verzoeken van belanghebbende op 7 en 16 mei 2019 door de rechter-commissaris afgewezen.
De rechter-commissaris oordeelt dat omdat reeds op eerdere verzoeken is beslist, belanghebbende niet opnieuw kan worden ontvangen voor een vergelijkbaar herstelverzoek. Tevens wordt aangegeven dat toekomstige verzoeken tot herstel of aanvulling in deze procedure niet in behandeling zullen worden genomen.
De beslissing is genomen door rechter-commissaris M. Wouters en op 28 mei 2019 in het openbaar uitgesproken. Tegen deze beslissing is geen voorziening mogelijk op grond van de artikelen 31 en 32 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Uitkomst: Het herstelverzoek van belanghebbende wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens eerdere afwijzing van vergelijkbare verzoeken.