Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Inleiding
Het juridische criterium om dit vast te stellen, is het toerekenen naar redelijkheid.
een zorgplichthad tegenover [slachtoffer] , en zo ja of hij deze zorgplicht heeft geschonden. Indien deze vraag bevestigend wordt beantwoord dient de rechtbank te beoordelen of er
een causaal verbandbestaat tussen de door verdachte geschonden zorgplicht en het overlijden van [slachtoffer] . Indien ten slotte sprake is van voormeld causaal verband, moet worden beoordeeld of verdachte op dit punt minst genomen een
aanmerkelijk verwijtkan worden gemaakt.
4.Bewijs
Uit het onderzoek ter terechtzitting is niet gebleken dat [speelhal] en verdachte wisten dat het certificaat van goedkeuring niet in orde was of dat zij dit redelijkerwijs hadden kunnen weten, zodat verdachte op dit punt geen verwijt kan worden gemaakt.
De rechtbank stelt vast dat verdachte in ieder geval beschikte over een gebruikershandleiding ” [Maatschappij] Luchtkussenfabrikanten gebruikershandleiding afmatrace” die betrekking had op het uitgebate speeltoestel genaamd afmatrace dan wel een soortgelijk toestel.
Verdachte heeft daarnaast nagelaten de benodigde veiligheidsmaatregelen te treffen, waar het gaat om gebruik door jonge kinderen, waarvoor het toestel in beginsel niet bedoeld is.
De rechtbank stelt in de eerste plaats vast dat verdachte bij de aanschaf van de afmatrace in 2010 vrij nonchalant te werk is gegaan; hij heeft zich, gelet zijn verklaring, kennelijk niet bekommerd om de wettelijke vereisten voor de exploitatie en aankoop van een speeltoestel en zich niet verdiept in het (veilig) gebruik van het toestel. Vervolgens heeft de NVWA in 2013 tijdens een inspectie van de speelhal geen ernstige risico’s vastgesteld. Wel bleek tijdens die inspectie dat verdachte niet beschikte over de benodigde documenten (certificaat van goedkeuring, logboek en handleiding) voor verschillende toestellen, waaronder de afmatrace. Getuige [Inspecteur] heeft hieromtrent verklaard dat hij verdachte heeft verteld dat hij wettelijk verplicht was om over deze documenten te beschikken en dat hij als beheerder een beheersverplichting heeft die bestaat uit het bijhouden van onderhoud en reparaties en dergelijke. Verdachte heeft nadien de benodigde documenten laten opvragen, maar heeft deze documenten naar eigen zeggen niet ingezien. Hetzelfde geldt voor de folder voor beheerders van speeltoestellen die getuige [Inspecteur] bij de inspectie aan verdachte heeft gegeven; ter zitting heeft verdachte verklaard dat hij deze folder niet heeft gelezen. Gelet op het vorenstaande kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden gezegd dat verdachte erop mocht vertrouwen dat de afmatrace veilig was, integendeel; verdachte heeft zich – ook nadat hij hierop was geattendeerd – niet verdiept in de wettelijke verplichtingen die hij als beheerder van speeltoestellen had.
- Eerste gedachte streepje: “
- Vierde gedachtestreepje
- Zesde gedachtestreepje:
Het enkele feit dat [getuige 1] niet voldoende gekwalificeerd zou zijn (opgenomen onder het eerste gedachtestreepje) omdat hij niet beschikte over een EHBO diploma, zoals voorgeschreven in de gebruikershandleiding, kan weliswaar worden bewezen, maar levert geen causaal verband op met het ongeval en de dood van [slachtoffer] .
5.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de sanctie
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
3 maanden, met bevel dat deze straf
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
120 urentaakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door
60 dagenhechtenis.