ECLI:NL:RBNHO:2019:2332
Rechtbank Noord-Holland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot dwangakkoord wegens fraudevordering en eerdere schuldsanering
Schuldenaar heeft een verzoek ingediend tot toepassing van een dwangakkoord op grond van artikel 287a van de Faillissementswet, waarbij de gemeente als schuldeiser niet wil instemmen vanwege een fraudevordering. Schuldenaar heeft een totale schuld van ruim €31.600, waarvan de gemeente een vordering heeft van bijna €11.000.
De rechtbank overweegt dat een schuldeiser slechts onder zeer bijzondere omstandigheden gedwongen kan worden tot instemming met een schuldregeling. Daarbij weegt mee dat schuldenaar eerder een schuldsanering heeft doorlopen die in 2010 met schone lei is beëindigd, wat volgens de wet een beletsel vormt voor een nieuwe schuldsanering.
Verder is vastgesteld dat de schuld aan de gemeente door fraude is ontstaan, waardoor de gemeente terecht weigert in te stemmen met het akkoord dat een uitkering van slechts 3,99% van haar vordering inhoudt. De rechtbank concludeert dat de gemeente niet in redelijkheid tot weigering van instemming kon komen en wijst het verzoek tot dwangakkoord af. Een apart vonnis zal volgen over het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: Het verzoek tot dwangakkoord wordt afgewezen vanwege de fraudevordering van de gemeente en eerdere schuldsanering van schuldenaar.