ECLI:NL:RBNHO:2019:2408
Rechtbank Noord-Holland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens ontbreken minnelijk traject
Schuldenares heeft op 6 december 2018 een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Tijdens de zitting op 15 februari 2019 werd zij bijgestaan door haar civiel bewindvoerder en een gemachtigde. De rechtbank beoordeelde haar verzoek op grond van de Faillissementswet en de Verordening (EG) 2015/848.
De rechtbank stelde vast dat het minnelijk traject, dat voorafgaand aan de schuldsaneringsregeling doorlopen moet worden, niet is doorlopen. De gemeente weigerde medewerking vanwege onduidelijkheid over het schuldenpakket als gevolg van een eerder faillissement. Schuldenares en haar bewindvoerder betoogden dat dit als een mislukt minnelijk traject moet worden beschouwd, waardoor het verzoek inhoudelijk beoordeeld zou moeten worden.
De rechtbank oordeelde echter dat het ontbreken van een met redenen omklede verklaring dat er geen reële mogelijkheden zijn tot een buitengerechtelijke schuldregeling, leidt tot niet-ontvankelijkheid van het verzoek. Hoewel de rechtbank zich bewust is van de mogelijke tekortkomingen van de gemeente, kan zij deze niet repareren zonder in strijd met de wet te handelen. Het verzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Verzoek tot schuldsaneringsregeling wordt niet ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van het minnelijk traject.