Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Texel, verweerder
de besloten vennootschap Hotel [naam hotel 2], te De Koog
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
21 maart 2019.
Rechtbank Noord-Holland
Het college van burgemeester en wethouders van Texel verleende een omgevingsvergunning aan een derde-partij voor de uitbreiding van een hotel in De Koog, waaronder de bouw van een serre aan de voorzijde. Verzoeker, eigenaar van een nabijgelegen hotel, maakte bezwaar tegen deze vergunning en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de bouw van de serre in strijd is met het bestemmingsplan omdat de bouwgrens met 2,5 meter wordt overschreden. Verweerder beriep zich op een uitzondering in de Wabo en het Bor, stellende dat het project niet in strijd is met de goede ruimtelijke ordening.
Verzoeker vreesde dat de serre als zelfstandig restaurant zou worden gebruikt, wat strijdig zou zijn met het bestemmingsplan. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat uit de aanvraag en tekeningen blijkt dat de ruimte uitsluitend voor ontbijt en loungegebruik bestemd is, en dat een zelfstandig restaurant niet is toegestaan of beoogd.
Ook de aantasting van het uitzicht van verzoeker werd onderzocht, maar de voorzieningenrechter vond de aantasting niet zodanig dat de vergunning niet redelijkerwijs verleend kon worden. Omdat het bezwaar naar verwachting ongegrond zal zijn, werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor de bouw van een serre aan het hotel wordt afgewezen.