ECLI:NL:RBNHO:2019:2460
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot nihilstelling partneralimentatie wegens onvoldoende onderbouwde draagkrachtvermindering
De man verzocht de rechtbank om de partneralimentatie vastgesteld in 2011 te wijzigen naar nihil, omdat zijn draagkracht zou zijn verminderd door de verkoop van zijn bedrijf en verminderde inkomsten. Hij stelde dat hij vanwege medische klachten en leeftijd niet meer kon werken en dat zijn vermogen door geldontwaarding was geslonken.
De rechtbank oordeelde dat de man onvoldoende had onderbouwd dat de verkoop van het bedrijf onvermijdelijk was en dat hij geen pogingen had gedaan om ander inkomen te genereren. Ook was onvoldoende aangetoond dat zijn vermogen daadwerkelijk was geslonken door devaluatie. De vrouw had bovendien nog steeds behoefte aan partneralimentatie, mede vanwege haar arbeidsongeschiktheid en beperkte inkomsten.
De rechtbank concludeerde dat de inkomensdaling van de man niet onverwijtbaar was en dat hij geacht werd voldoende middelen te hebben om de alimentatie te blijven betalen. Het verzoek werd daarom afgewezen en partijen dragen elk hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot nihilstelling van de partneralimentatie wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van onherstelbare inkomensdaling.