Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Procedure
2.Feiten en omstandigheden
3.Verzoek
4.Verweer
5.Beoordeling
6.Beslissing:
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ;
Rechtbank Noord-Holland
De moeder verzocht de rechtbank om het vaderschap van de man over haar minderjarige kind vast te stellen. Partijen hadden een langdurige relatie, maar de man erkende het kind niet en betwistte dat hij de verwekker was, hoewel DNA-onderzoek zijn biologische vaderschap aantoonde.
De rechtbank liet een deskundige een DNA-onderzoek uitvoeren, waaruit bleek dat de man de biologische vader is. De man voerde aan dat hij door de moeder was misleid over anticonceptie en dat hij geen rol wenst te vervullen in het leven van het kind. De bijzondere curator stelde dat het belang van het kind voorop staat en dat de vader zijn rol moet accepteren.
De rechtbank oordeelde dat het DNA-onderzoek het vaderschap praktisch bewezen heeft en dat de man onvoldoende tegenbewijs heeft geleverd om het vaderschap te betwisten. Het verzoek van de moeder werd daarom toegewezen. Tevens werd bepaald dat beide partijen ieder de helft van de kosten van het DNA-onderzoek betalen.
De rechtbank benadrukte het belang van een neutraal beeld van de vader voor het kind en sprak de hoop uit dat partijen in het belang van het kind tot een beter inzicht zullen komen. De beschikking werd openbaar uitgesproken op 3 april 2019.
Uitkomst: Het vaderschap van de man wordt vastgesteld en beide partijen betalen ieder de helft van de kosten van het DNA-onderzoek.