Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- de dagvaarding van 18 juni 2018, met producties;
- de conclusie van antwoord in conventie tevens houdende een voorwaardelijke eis in reconventie, met producties;
- het tussenvonnis van 12 september 2018 waarin een comparitie van partijen is bepaald;
- de akte vermeerdering eis, genomen op de comparitie van partijen op 9 januari 2019;
- het proces-verbaal van comparitie van 9 januari 2019 en de daarin genoemde stukken;
- de brief van 21 januari 2019 van mr. Burger met opmerkingen over het proces-verbaal;
- de brief van mr. Thuijs van 22 januari 2019, eveneens met opmerkingen over het proces-verbaal.
2.De feiten
Artikel 2.
3.De vordering en het verweer in conventie
4.De vordering en het verweer in voorwaardelijke reconventie
5.De beoordeling
in conventie
1.086,00(2 punten x tarief II, € 543,00)