ECLI:NL:RBNHO:2019:3365

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
17 april 2019
Publicatiedatum
19 april 2019
Zaaknummer
7510688 CV EXPL 19-1049
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Dagvaarding nietig verklaard wegens onvoldoende specificatie vordering en gelaste comparitie

In deze civiele procedure tussen Bakker De Houthandel B.V. en de gedaagde is de dagvaarding beoordeeld op haar inhoud. De dagvaarding vermeldde slechts summier dat een koopovereenkomst was gesloten en dat de factuur niet was voldaan, zonder de factuur als productie over te leggen of de algemene voorwaarden te specificeren.

De kantonrechter oordeelde dat de dagvaarding hierdoor niet voldeed aan artikel 21 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, omdat niet duidelijk was waarop de vordering precies was gebaseerd. Daarom werd een comparitie gelast waarbij partijen de gelegenheid krijgen om de vordering nader toe te lichten.

Daarnaast werd bepaald dat ongeacht de uitkomst van de procedure de volledige proceskosten voor rekening van eiser komen. Gedaagde mocht bij de mondelinge behandeling zijn kosten inzichtelijk maken. Partijen moeten in persoon of rechtsgeldig vertegenwoordigd verschijnen. Nadere stukken dienen tijdig te worden ingediend en getuigen kunnen niet worden gehoord.

De zitting zal plaatsvinden in Alkmaar, waarbij partijen hun verhinderingen moeten doorgeven zodat een datum kan worden vastgesteld. De kantonrechter houdt verdere beslissingen aan tot na de comparitie.

Uitkomst: Comparitie gelast wegens onvoldoende specificatie dagvaarding; proceskosten voor rekening eiser.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 7510688 CV EXPL 19-1049 WG
Uitspraakdatum: 17 april 2019
Vonnis in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Bakker De Houthandel B.V.
te Hoogkarspel
de eisende partij
hierna te noemen: Bakker
gemachtigde: Van Arkel gerechtsdeurwaarders & incasso (Breda)
tegen
[gedaagde]
te [woonplaats]
de gedaagde partij
hierna te noemen: [gedaagde]
in rechte verschenen.

1.De beoordeling

Mondelinge behandeling
1.1.
Omtrent de grondslag van de vordering behelst de dagvaarding letterlijk niet meer dan de volgende zin:
"Eiser(es) heeft met gedaagde een koopovereenkomst gesloten en vervolgens aan gedaagde de overeengekomen hoeveelheid roerende zaken geleverd die door gedaagde zijn ontvangen.
Voornoemde roerende zaken zijn omschreven in de aan gedaagde gezonden factuur, zoals
onderstaand gespecificeerd, welke factuur door gedaagde niet is voldaan".
1.2.
De dagvaarding gaat dan verder:
"De rechtsverhouding tussen partijen wordt beheerst door de algemene voorwaarden van eiser(es), die mede tussen partijen zijn overeengekomen en op grond waarvan eiser(es) gerechtigd is onder andere rente te vorderen van gedaagde."
1.3.
Over de factuur vermeldt de dagvaarding echter verder niet méér dan dat deze het nummer 40856856 heeft; dat deze is gedateerd 04-12-2016 en dat hierop het bedrag van€ 1.178,60 staat. Er is geen factuur als productie aangekondigd, noch overgelegd. Van enige algemene voorwaarden die "mede tussen partijen" zijn overeengekomen blijkt verder niets.
1.4.
De kantonrechter overweegt dat de dagvaarding hierdoor is opgesteld in strijd met artikel 21 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Kort gezegd heeft de kantonrechter geen idee waar deze zaak over gaat. De kantonrechter zal aan deze schending de gevolgtrekking maken die hij geraden acht. Dit brengt in dit geval ten eerste mee dat de kantonrechter een comparitie zal gelasten waarbij partijen hem kunnen uitleggen waar de vordering op ziet. Voor de zitting is 60 minuten tijd gereserveerd.
Voorts zullen, ongeacht de uitkomst van deze procedure, de volledige proceskosten voor rekening van Bakker Houthandel B.V. komen. Daarbij wordt [gedaagde] in overweging gegeven bij de mondelinge behandeling van deze zaak ook zijn verletkosten en zijn reiskosten, die hij in verband met deze zaak heeft gemaakt en nog zal maken, inzichtelijk te maken.
Verschijnen partijen
1.5.
Partijen moeten in persoon of rechtsgeldig vertegenwoordigd, en vergezeld van hun (eventuele) gemachtigden, op de zitting verschijnen. Als een partij niet of niet rechtsgeldig vertegenwoordigd ter zitting verschijnt, kan de kantonrechter beslissen in het nadeel van de partij die niet verschijnt.
Schriftelijke aantekeningen
1.6.
Partijen en/of hun gemachtigden kunnen op deze zitting hun standpunten kort (in beginsel 10 minuten per partij) nader toelichten. Indien daarbij gebruik wordt gemaakt van pleitaantekeningen of een pleitnota mag dit stuk hooguit 4 pagina’s (formaat A4) beslaan.
Nadere stukken
1.7.
Partijen dienen
uiterlijk zeven werkdagen voor de zittingaan de kantonrechter en de wederpartij een kopie te sturen van
allestukken die voor beoordeling van de zaak noodzakelijk zijn en die nog niet in de procedure zijn overgelegd. De originele stukken dienen zij mee te brengen naar de zitting.
Getuigen
1.8.
Getuigen kunnen op deze zitting niet worden gehoord.
Datum zitting
1.9.
Om een dag en tijdstip voor de zitting te kunnen bepalen, verwijst de kantonrechter de zaak naar de hieronder te vermelden datum voor een opgave van verhinderdata door partijen
voor de komende vier maanden. Daarna zal een dag en tijdstip voor de zitting worden vastgesteld. Indien de griffie van de rechtbank vóór deze datum geen verhinderdata heeft ontvangen, gaat de kantonrechter ervan uit dat er geen verhinderdata zijn.

2.De beslissing

De kantonrechter:
2.1.
bepaalt dat een mondelinge behandeling ter zitting wordt gehouden en gelast partijen om tot het geven van inlichtingen en het beproeven van een regeling te verschijnen op deze zitting, die wordt gehouden in het gerechtsgebouw aan de Kruseman van Eltenweg 2 te Alkmaar, waarbij partijen in persoon, dan wel rechtsgeldig vertegenwoordigd en vergezeld van hun (eventuele) gemachtigden, aanwezig dienen te zijn;
2.2.
verzoekt partijen
vóór 1 mei 2019om 10.00 uur hun verhinderdata
voor de komende vier maandenop te geven, waarna dag en uur van de zitting worden bepaald;
2.3.
houdt iedere verdere beslissing aan;
2.4.
bepaalt dat partijen binnen vier weken na de hiervoor genoemde datum bericht krijgen over de dag en het tijdstip waarop de zitting plaatsvindt.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.S. Reid en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.