Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[verzoeker] ,
[de moeder] ,
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft een verzoek tot stiefouderadoptie door de partner van de moeder van een minderjarige, waarbij de juridische vader tegenspraak heeft gevoerd. De moeder en verzoeker willen de adoptie om de juridische status van het kind in overeenstemming te brengen met de sociale realiteit en om het kind dezelfde achternaam te geven als zijn halfbroer.
De vader voert verweer en stelt dat hij zijn verslavingsproblemen overwonnen heeft en een rol in het leven van het kind wil blijven spelen. Hij meent dat adoptie niet in het belang van het kind is en dat het contact hersteld moet worden. De rechtbank overweegt dat de vader, moeder en het kind tot februari 2008 in gezinsverband hebben samengeleefd, waardoor niet aan de tegenspraak kan worden voorbijgegaan op grond van niet of nauwelijks samenwonen.
De rechtbank oordeelt verder dat de vader geen misbruik van zijn vetorecht maakt en dat er onvoldoende sprake is van grove verwaarlozing van de opvoeding. Ook is niet voldaan aan de strafrechtelijke gronden om aan de tegenspraak voorbij te gaan. De rechtbank concludeert dat de tegenspraak van de vader moet worden gerespecteerd en wijst het adoptieverzoek en het verzoek tot geslachtsnaamwijziging af.
Uitkomst: Het verzoek tot stiefouderadoptie en geslachtsnaamwijziging wordt afgewezen vanwege de tegenspraak van de juridische vader.