Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 22 augustus 2018;
- het proces-verbaal van comparitie van 12 maart 2019 en de daarin genoemde stukken;
- de brief van 25 maart 2019 van de zijde van [K], met enkele opmerkingen over het proces-verbaal;
- de brief van 26 maart 2019 van de zijde van de Vereniging, met één opmerking over het proces-verbaal.
2.De feiten
3.De vordering
4.De beoordeling
“Besteld pootgoed dient te allen tijde te worden afgenomen”.
3.414,00(2,0 punt × tarief € 1.707,00)