ECLI:NL:RBNHO:2019:3589
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte mishandeling partner wegens onvoldoende bewijs
Op 9 juni 2016 liep het slachtoffer een diepe hoofdwond en andere letsels op, waarna verdachte werd beschuldigd van zware mishandeling met een ijzeren pook of bezemsteel. Verdachte ontkende de mishandeling en verklaarde het slachtoffer onder aan de trap te hebben gevonden met een hoofdwond.
De rechtbank stelde vast dat alleen het slachtoffer en verdachte aanwezig waren tijdens het incident. Het slachtoffer gaf aanvankelijk aan dat verdachte de veroorzaker was, maar herinnerde zich later niets meer. De verklaringen van het slachtoffer waren inconsistent en onbetrouwbaar vanwege alcohol- en valiumintoxicatie.
Getuigenverklaringen, waaronder die van een getuige die zei dat verdachte had toegegeven het letsel te hebben toegebracht, waren tegenstrijdig en onbetrouwbaar. Forensische bevindingen wezen op meerdere momenten van geweld met hoge impact, maar pasten niet bij een val van de trap. Een buurvrouw verklaarde het slachtoffer op het balkon te hebben zien vallen. Politieonderzoek leverde geen concrete sporen op.
Gezien de twijfel over de toedracht en het ontbreken van overtuigend bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor zware mishandeling.