ECLI:NL:RBNHO:2019:3616
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ambtshalve vermindering aanslag inkomstenbelasting wegens niet-ondernemingsvermogen huurrecht
Eiser heeft verzocht om ambtshalve vermindering van de aanslag inkomstenbelasting 2014 door het huurrecht van zijn woning als ondernemingsvermogen te kwalificeren, waardoor hij hogere huisvestingskosten als aftrekpost wilde opvoeren. De Belastingdienst wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. Eiser stelde beroep in tegen deze afwijzing.
De rechtbank overwoog dat het enkel opnemen van gas-, water- en lichtkosten onvoldoende is om het huurrecht als ondernemingsvermogen te bestempelen. De woning wordt voor meer dan 90% als privéwoning gebruikt, wat eiser onvoldoende heeft weersproken. Ook het arrest van de Hoge Raad van 12 augustus 2016 biedt geen bijzondere omstandigheden om de keuze te herzien.
Verder staat de aanslag onherroepelijk vast en kan eiser niet terugkomen op zijn keuze in de aangifte. De rechtbank concludeert dat het huurrecht niet als ondernemingsvermogen kan worden aangemerkt en dat het verzoek tot ambtshalve vermindering terecht is afgewezen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot ambtshalve vermindering van de aanslag inkomstenbelasting 2014 wordt afgewezen.