Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[gedaagde1],
[gedaagde2],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 16 januari 2019
- het proces-verbaal van comparitie van 14 maart 2019 en de daarin genoemde stukken.
2.De feiten
3.Het geschil
- hoofdelijke veroordeling van [gedaagde1] c.s. tot betaling van € 40.852,72 vermeerderd met rente en de kosten;
- hoofdelijke veroordeling van [gedaagde1] c.s. tot betaling van de (buitengerechtelijke) kosten begroot op € 1.208,44, de beslagkosten ad € 3.673,45 en de proceskosten, vermeerderd met rente.
4.De beoordeling
2.148,00(2,0 punten × tarief € 1.074,00)