Uitspraak
,
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het verzoek
4.Standpunten
5.De beoordeling
6.De beslissing
Amsterdam
Rechtbank Noord-Holland
De gecertificeerde instelling (GI) heeft op grond van artikel 1:265g BW verzocht om wijziging van de omgangsregeling tussen de minderjarige kinderen en hun vader. Deze regeling was recentelijk, op 6 februari 2019, vastgesteld in het kader van een ondertoezichtstelling.
De GI uitte zorgen over de emotionele stabiliteit van de vader en het negatieve effect daarvan op de kinderen, mede na een incident waarbij de vader de kinderen op een voetbalclub achterliet en de omgang stopzette. De GI verzocht om een begeleide omgang en aanvullende communicatieverplichtingen.
De rechtbank oordeelde dat de huidige omgangsregeling pas recent was vastgesteld en dat nog geen concrete interventies waren ingezet om de relatie tussen de ouders te verbeteren. De gespannen relatie tussen de ouders is een langdurig probleem en vormt de reden voor de ondertoezichtstelling. Het minimaliseren van omgang is niet de oplossing en kan leiden tot verwijdering tussen kinderen en vader.
De rechtbank achtte het daarom voorbarig om de omgangsregeling te wijzigen en wees het verzoek af. De omgang dient te worden hervat volgens de bestaande regeling, met aandacht voor een goede voorbereiding van de kinderen op het contact.
Uitkomst: Het verzoek tot wijziging van de omgangsregeling wordt afgewezen en de bestaande regeling blijft van kracht.