ECLI:NL:RBNHO:2019:4530
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek echtscheiding wegens niet-rechtsgeldig Sudanees huwelijk en vaststelling omgangsregeling
De vrouw verzocht de rechtbank om echtscheiding uit te spreken van een huwelijk dat volgens haar en de man in Sudan was gesloten. De man erkende het huwelijk en de duurzame ontwrichting. De vrouw kon geen huwelijksakte overleggen, maar stelde dat de IND het huwelijk als rechtsgeldig had erkend voor verblijfsdoeleinden.
De rechtbank onderzocht of het huwelijk rechtsgeldig was volgens Sudanees recht, hetgeen vereist dat een moslimvrouw niet met een niet-moslimman mag trouwen zonder bekering van de man tot de islam. Dit was niet het geval. Daarnaast was geen aangifte bij de burgerlijke stand gedaan zoals vereist door de non-muslim Marriage Act. Hierdoor kon de rechtbank het huwelijk niet als rechtsgeldig erkennen en wees het verzoek tot echtscheiding af.
De rechtbank stelde vervolgens een omgangsregeling vast voor het gezamenlijke minderjarige kind. De regeling voorziet in wekelijks contact op een in onderling overleg te bepalen dag, standaard zaterdag, van 10.00 tot 17.00 uur, met om-en-om verantwoordelijkheden voor halen en brengen, rekening houdend met de afhankelijkheid van openbaar vervoer.
De beschikking werd gegeven door rechter F.C. Bakker en is uitvoerbaar bij voorraad. Tegen deze beschikking kan binnen drie maanden hoger beroep worden ingesteld.
Uitkomst: Het verzoek tot echtscheiding wordt afgewezen wegens het ontbreken van een rechtsgeldig huwelijk, en een omgangsregeling voor het minderjarige kind wordt vastgesteld.