Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte d.d. 5 februari 2019 (dossierpagina 16-18);
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 5 februari 2019 (dossierpagina 37).
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sanctie
een meldplicht bij de reclassering;
opname in een zorginstelling (start met overbruggingszorg).
zodat in ieder geval tijdig overbruggingszorg voor verdachte kan worden geregeld. De rechtbank ziet zich genoodzaakt dit te doen, om te voorkomen dat verdachte tussen de wal en het schip zal raken en ter bescherming van de maatschappij.
7.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
132 (honderdtweeëndertig) dagen.
14 (veertien) dagen nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.
dadelijk uitvoerbaarzijn.
[slachtoffer]geleden schade tot een bedrag van
€ 602,55 (zegge: zeshonderdtwee euro en vijfenvijftig cent), bestaande uit € 102,55 als vergoeding voor de materiële en € 500,- als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 februari 2019 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
€ 602,55 (zegge: zeshonderdtwee euro en vijfenvijftig cent), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
12 dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 februari 2019 tot aan de dag der algehele voldoening.