ECLI:NL:RBNHO:2019:5631
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging maatschappelijke opvang EU-burgers
Verzoeksters, allen Bulgaarse EU-burgers, werden op 14 juni 2019 geïnformeerd dat hun maatschappelijke opvang per 18 juni 2019 zou worden beëindigd. Zij maakten bezwaar en vroegen om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat het besluit tot beëindiging een besluit in de zin van de Awb is en dat de grondslag voor beëindiging onduidelijk en onvoldoende onderzocht was, met name wat betreft de status van verzoeksters op grond van het Unierecht.
De rechtbank stelde vast dat verzoekster 1 meerdere periodes in Nederland was ingeschreven, maar dat het onduidelijk was of zij langer dan vijf jaar aaneengesloten rechtmatig verbleef, wat bepalend is voor het duurzaam verblijfsrecht en recht op opvang. Ook de status van verzoekster 2 was onvoldoende onderzocht. Verweerder kon niet aantonen waar de eis van drie maanden zelfstandig onderdak en inkomen wettelijk was vastgelegd.
De voorzieningenrechter vond dat de belangen van verzoeksters, waaronder het belang van het jonge kind, zwaarder wogen dan die van verweerder. Daarom werd het besluit geschorst en werd verweerder verplicht de opvang voort te zetten tot de beslissing op bezwaar. Tevens werden de proceskosten van verzoeksters toegewezen.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van maatschappelijke opvang is geschorst en opvang wordt voortgezet tot beslissing op bezwaar.