Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 21 juni 2019 in de zaak tussen
[X], wonende te [Z], eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Geschil12.In geschil is de vraag of sprake is van vrijwillige inkeer in de zin van artikel 67n van de Algemene wet inzake rijksbelasting (AWR). Voorts is in geschil of de opgelegde vergrijpboeten terecht en naar het juiste bedrag zijn opgelegd. Tot slot is in geschil of de boeten in strijd met het legaliteitsbeginsel zijn opgelegd.
Een vergrijpboete wordt niet opgelegd aan de belastingplichtige die alsnog een juiste en volledige aangifte doet, dan wel juiste en volledige inlichtingen, gegevens of aanwijzingen verstrekt vóórdat hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de inspecteur met de onjuistheid of onvolledigheid bekend is of bekend zal worden.
1. Wanneer de belastingplichtige uiterlijk twee jaar nadat hij een onjuiste of onvolledige aangifte heeft gedaan of aangifte had moeten doen, alsnog een juiste en volledige aangifte doet, dan wel juiste en volledige inlichtingen, gegevens of aanwijzingen verstrekt vóórdat hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de inspecteur met de onjuistheid of onvolledigheid bekend is of bekend zal worden, wordt geen vergrijpboete opgelegd.
2. Ook na het verstrijken van de in het eerste lid bedoelde termijn van twee jaar is het alsnog doen van een juiste en volledige aangifte, dan wel het verstrekken van juiste en volledige inlichtingen, gegevens of aanwijzingen door de belastingplichtige vóórdat hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de inspecteur met de onjuistheid of onvolledigheid bekend is of bekend zal worden, een omstandigheid die aanleiding geeft tot matiging van de vergrijpboete.