Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.InleidingOp 25 februari 2005 vond er rond 10.00 uur op de luchthaven Schiphol, op het Bravo platform, gelegen op het afgesloten beveiligde gedeelte, een gewapende overval plaats, waarbij onder dreiging met geweld tegen personen een waardetransportauto werd weggenomen met daarin vrachtzendingen diamanten en sieraden ter waarde van bijna 73 miljoen USD. Naar aanleiding van deze overval is een opsporingsonderzoek ingesteld onder de naam “Rock”. Tijdens dit onderzoek is het vermoeden ontstaan dat er op 10 februari 2005 een poging en/of voorbereiding van een gewapende overval heeft plaatsgevonden waarbij een KLM-voertuig is weggenomen. In dit onderzoek kwamen de volgende verdachten in beeld: wijlen [verdachte 1] , [verdachte] (hierna: verdachte of [verdachte] ) en [verdachte 3] . Dit onderzoek heeft destijds niet geleid tot dagvaarding van deze verdachten ter zake van voormelde strafbare feiten.
4.Bewijs
’Die Lange mag hem wel dankbaar zijn. Die [voornaam verdachte] heeft alles gedaan’. Uit zijn verhaal is volgens het OM af te leiden dat verdachte op 10 februari 2005 de bestuurder was van de gestolen KLM auto en dat ze betrapt werden. Ook roemt hij het verbale improvisatietalent van verdachte, of in zijn eigen woorden
‘Hij ken zich er heel goed uitlullen’.Dit komt overeen met wat [verdachte 6] verklaarde. Volgens [verdachte 6] had De Lange een maat die alles recht lulde en dat op zo’n manier deed dat iedereen hem dan geloofde. Volgens [verdachte 6] was die maat ook bij de diamantroof betrokken. Met die maat had [verdachte 1] eerder criminele zaken gedaan. En die maat kon iemand een wapen op zijn kop zetten zonder met zijn ogen te knipperen, aldus [verdachte 6] in zijn verklaring, afgelegd tegenover de undercover-agenten.
het platform…dat we daar voor schut gingen’. Opvallend is dat de naam van [voornaam verdachte] wel valt in de context van een postkantoor en/of bank en of een buit. Dit zijn feiten die voor verdachte niet onbekend in de oren klinken, maar die geen verband houden met de thans tenlastegelegde feiten.
“P: Hij deed dat! Hij ken improviseren die gozer is een acteur! Ik ehm ik trek op dat moment de deur dicht. De mazzel ik ga niet eens met je in discussie man. Ik denk op dat moment alleen maar aan mijn vrijheid, wegwezen, weet je gewoon. Maar dat bedoelt die lange natuurlijk.”. Het enkele feit dat uit het dossier blijkt dat sommige door [verdachte 3] genoemde details, zoals de kleur van een auto niet juist blijken te zijn, maakt naar het oordeel van de rechtbank niet dat hetgeen hij daarnaast in het OVC-gesprek van 17 juni 2013 heeft verteld onvoldoende betrouwbaar is om voor het bewijs te worden gebruikt.
5.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
onder 1.bewezenverklaarde levert op:
onder 2. primairbewezenverklaarde levert op:
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de sanctie
8.Vorderingen benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
7 (zeven) jaar.
[slachtoffer 2]geleden schade tot een bedrag van
€ 4.100,00 (éénenveertigduizend euro), bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 februari 2005 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 2] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
51 dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 februari 2005 tot aan de dag der algehele voldoening.
[slachtoffer 3]geleden schade tot een bedrag van
€ 4.100,00 (éénenveertigduizend euro), bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 februari 2005 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 3] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
51 dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 februari 2005 tot aan de dag der algehele voldoening.