Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Standpunten van partijen
4.Oordeel van de rechtbank
5.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de sanctie
8.Vermogensmaatregel
9.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
10.Vordering tot tenuitvoerlegging
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
DRIE (3) JAREN;
[slachtoffer 1]geleden schade, te weten tot een bedrag van
€ 29.920,- (negentwintig duizend negenhonderd twintig euro), bestaande uit € 19.920,- als vergoeding voor de materiële en € 10.000,- als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 26 september 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 1] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting;
€ 29.920,- (negentwintig duizend negenhonderd twintig euro), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
184 (honderd vierentachtig) dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 september 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;