Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
- tegen/in het gezicht en/of (elders) tegen het lichaam te slaan, en/of
- op/tegen de grond en/of muur te gooien/duwen, en/of
- haar hoofd (met kracht) tegen de muur te duwen/slaan/gooien, en/of
- op/tegen het hoofd en/of (elders) op/tegen het lichaam te stampen en/of schoppen;
- tegen/in het gezicht en/of (elders) tegen het lichaam van die [slachtoffer] heeft geslagen, en/of
- die [slachtoffer] op/tegen de grond en/of muur heeft gegooid/geduwd, en/of
- het hoofd van die [slachtoffer] (met kracht) tegen de muur heeft geduwd/geslagen/gegooid, en/of
- op/tegen het hoofd en/of (elders) op/tegen het lichaam van die [slachtoffer] heeft gestampt en/of geschopt,
- tegen/in het gezicht en/of (elders) tegen het lichaam te slaan, en/of
- op/tegen de grond en/of muur te gooien/duwen, en/of
- haar hoofd (met kracht) tegen de muur te duwen/slaan/gooien, en/of
- op/tegen het hoofd en/of (elders) op/tegen het lichaam te stampen en/of schoppen;
2.Voorvragen
3.Bewijs
Het door verdachte aangewende geweld gericht op het hoofd van het slachtoffer, waardoor zij een hersenschudding en bult heeft opgelopen, dient te worden gekwalificeerd als een poging tot zware mishandeling. In zoverre kan het subsidiair ten laste gelegde feit bewezen worden verklaard.
Alle overige handelingen, waaronder het slaan met de vlakke hand, en de daardoor ontstane blauwe plekken, dienen te worden gekwalificeerd als mishandeling. In die zin is eveneens het meer subsidiair ten laste gelegde feit bewezen. Ten aanzien van het meer subsidiair ten laste gelegde feit heeft de officier van justitie voorts aangevoerd dat verdachte en het slachtoffer een nauwe persoonlijke betrekking van een zekere hechtheid hadden, waardoor het slachtoffer dient te worden aangemerkt als levensgezel in de zin van artikel 304 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 28 juni 2019;
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , gedateerd 26 maart 2019 (aanvullend proces-verbaal);
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van aangeefster [slachtoffer] , gedateerd 13 april 2019 (aanvullend proces-verbaal);
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] , gedateerd 18 april 2019 (aanvullend proces-verbaal);
- Een schriftelijk bescheid, zijnde een beschikking van de burgemeester van 17 maart 2019 (aanvullend proces-verbaal);
- Een schriftelijk bescheid, zijnde een beschikking van de burgemeester van 26 maart 2019 (aanvullend proces-verbaal).
Het door verdachte gestelde scenario, inhoudende dat het slachtoffer de letsels aan zichzelf heeft toegebracht door verdachte te schoppen en te slaan, acht de rechtbank onwaarschijnlijk. Dit alternatief scenario is bovendien door verdachte pas ter terechtzitting naar voren gebracht en niet onderbouwd.
- in het gezicht te slaan;
- tegen de grond te gooien/duwen, en
- haar hoofd met kracht tegen de muur te duwen/slaan, en
- tegen het lichaam te stampen en/of schoppen;
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de maatregel
De rechtbank overweegt hiertoe dat verdachte een gevaar vormt voor de algemene veiligheid van personen en dat adequate behandeling noodzakelijk en vereist is om herhaling van soortgelijke geweldsdelicten te voorkomen. Gelet op de diverse behandeltrajecten die zijn ingezet en gelet op de bevindingen uit voornoemde rapportages is de rechtbank van mening dat het door de raadsvrouw overgelegde behandelplan in het kader van een voorwaardelijke machtiging, alsmede klinische behandeling als bijzondere voorwaarde in het kader van TBS met voorwaarden of als bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijk strafdeel, ontoereikend zullen zijn. Nu de andere modaliteiten om tot de noodzakelijke behandeling en begeleiding te komen, onuitvoerbaar zijn bevonden en het, gelet op de kans op herhaling en geweldsdelicten, onverantwoord is om verdachte zonder adequate behandeling in de maatschappij te laten terugkeren, acht de rechtbank het opleggen van TBS met dwangverpleging onontkoombaar.
7.Vorderingen tot tenuitvoerlegging
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.
Bepaalt dat de bewezenverklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.
Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.
12 juli 2019.