Airhelp vordert compensatie namens passagiers wegens een vluchtvertraging van meer dan drie uur op een TUI-vlucht in juli 2016, gebaseerd op Verordening (EG) nr. 261/2004. TUI betwist de vordering en stelt dat de vertraging het gevolg was van een birdstrike, een buitengewone omstandigheid die niet voorkomen kon worden ondanks alle redelijke maatregelen.
De rechtbank stelt vast dat de Nederlandse rechter bevoegd is en dat TUI de bewijslast draagt voor het bestaan van buitengewone omstandigheden. TUI heeft het Aircraft Flight Log en foto’s overgelegd waaruit blijkt dat het toestel bij landing in Banjul een vogelinslag heeft gehad, waarna een uitgebreide inspectie door gespecialiseerd personeel noodzakelijk was. Dit personeel moest ingevlogen worden, waardoor de vertraging ontstond.
Airhelp betwist de oorzaak en de duur van de vertraging, maar de rechtbank oordeelt dat TUI voldoende heeft aangetoond dat de vertraging het gevolg was van de birdstrike en dat zij adequaat heeft gehandeld door direct een vervangend toestel in te zetten. De vordering wordt afgewezen en Airhelp wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten.