ECLI:NL:RBNHO:2019:6418
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen aanslag inkomstenbelasting 2013 en verliesverrekening
Eiser, directeur en enig aandeelhouder van een BV die in 2013 failliet werd verklaard, betwist de aanslag inkomstenbelasting 2013 die is vastgesteld op een belastbaar inkomen uit werk en woning van €26.357 en een negatief belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van €109.278. Eiser vordert onder meer een nihilstelling van het loon over 2011-2013 en een hogere verrekening van het tbs-verlies.
De rechtbank oordeelt dat het loon over 2013 terecht is vastgesteld op €24.500, omdat dit feitelijk is genoten en opgenomen in de rekening-courantverhouding tussen eiser en de BV. De aanspraken over 2011 en 2012 vallen buiten het geschil omdat de termijn voor ambtshalve vermindering is verstreken.
Verder is tijdens een hoorgesprek een akkoord bereikt over de verliesverrekening, waarbij het negatieve inkomen in box 2 met €25.000 minder negatief wordt vastgesteld en het inkomen in box 1 met €25.000 wordt verlaagd. Eiser heeft dit akkoord niet betwist en wordt hieraan gehouden.
De rechtbank wijst ook het beroep af dat de weigering van terugwenteling van het verlies naar eerdere jaren in strijd zou zijn met Europees recht. Er is geen sprake van discriminatie omdat eiser heeft gekozen voor binnenlandse belastingplicht en het verlies uit aanmerkelijk belang alleen vooruit kan worden verrekend.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst proceskosten af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en houdt eiser aan de gemaakte afspraken over loon en verliesverrekening.